Verslag debat stedenbouw

Stedenbouw als strategie

Apeldoorn, 8 december 2009

Gespreksleider:

Jaap Modder, hoofdredacteur Stedebouw & Ruimtelijke Ordening, bestuursvoorzitter Stadsregio Arnhem Nijmegen

Sprekers en co-referenten:

Sietske Heddema, hoofd afdeling Stedenbouw gemeente Apeldoorn

Henry Huiskamp, stedenbouwkundige gemeente Apeldoorn

Frans Holleman, ontwikkelingsmanager Bouwfonds

Rein Geurtsen, supervisor binnenstedelijke Kanaaloevers

Andries Geerse, coördinerend architect Kanaalzone Zuid

Oliver Thill, architect Kempe Thill

Edwin Oostmeijer, projectontwikkelaar

Verslag:

Anne Luijten, Studio-RO

Inleiding

Het vakgebied van de stedenbouw is in beweging, wellicht zelfs in beroering. In de vigerende Architectuurnota Een cultuur van ontwerpen stelt het Rijk dat het opdrachtgeverschap en het (stedenbouwkundig) ontwerp een stevige impuls kunnen gebruiken en maakt dat tot één van de speerpunten van het beleid. Het Stimuleringsfonds voor de Architectuur inventariseert samen met de lokale architectuurcentra de stand van zaken in het land. Kortom, de stedenbouw bevindt zich momenteel in het brandpunt van de belangstelling en van het actuele debat.

Ook in Apeldoorn wordt dat debat gevoerd. De traditioneel sterke rol van de afdeling Stedenbouw van de gemeente is aan verandering onderhevig. De beweging is naar een kaderstellende en stimulerende rol, waarbij private partijen (delen van) plannen uitwerken. Ondertussen zijn de opgaven niet mals. Met name de gebiedsontwikkeling van de Kanaalzone is één van de grote opgaven van de stad, waarbij het gebied rondom het Kanaal transformeert naar een volwaardig onderdeel van de stad en het stedelijke leven.

In het debat met als titel Stedenbouw als strategie georganiseerd door Bouwhuis gaan vertegenwoordigers van gemeente, ontwikkelaar, coreferenten en de zaal onder leiding van Jaap Modder met elkaar in debat over de actuele ontwikkelingen rondom de Kanaalzone en de rol van de stedenbouw daarbij. Is een kaderstellende rol van de gemeente voldoende en wat betekent dat concreet voor de plannen voor de Kanaalzone?

Sietske Heddema, hoofd afdeling Stedenbouw gemeente Apeldoorn

Van oudsher heeft Apeldoorn een traditie in een sterke ruimtelijke regie. De opgaven voor de stedenbouw zijn echter in maatschappelijk opzicht veranderd Stedebouw is traditioneel de discipline die vormgeeft aan de maatschappij in de breedste betekenis. De gemeentelijke rol is de laatste tijd geëvolueerd van een ontwikkelende rol naar een regierol. De nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening is daarvoor deels verantwoordelijk: het grondbeleid verschuift van actief naar faciliterend. De gemeente beraamt zich op de risico’s die zij in staat is of bereid is te nemen. Daarnaast is de samenleving veranderd, burgers zijn mondig en deskundig, ook dat beïnvloedt het ontwikkelingsproces.

Landelijk is de tendens waar te nemen dat de stedenbouwkundige diensten bij de gemeenten worden gemarginaliseerd. Veel van het ontwerpwerk ligt bij de particuliere bureaus en de markt terwijl de stedenbouwkundige diensten zich vooral bezig houden met het doorlopen van de planologische procedures. De vraag is hoe je in zo’n veranderend speelveld een goede stedenbouwkundige dienst in stand houdt.

In de Apeldoornse stedelijke projecten is een verschuiving waar te nemen naar kleinere opgaven. Zuidbroek is een van de laatste opgaven die de gemeente nog helemaal zelf heeft ontworpen. De verschuiving van de opgave is daarbij steeds meer naar het binnenstedelijk gebied, met als kenmerken langere doorlooptijden en een veelheid van betrokkenen partijen en belanghebbenden. Bovendien is de tendens dat ook op het gebied van welstandstoezicht een deregulering plaatsvindt. De veranderende rol van de gemeente kan worden omschreven als het stimuleren en begeleiden van burgers en partijen: van blauwdruk naar regie. De proceskant wordt steeds sterker, wat betekent dat de gemeente op zoek moet naar nieuwe instrumenten om de regie op samenhang te kunnen voeren.

Stedenbouw per definitie braaf

De ruimtelijke opgaven zoals die in het structuurvisie Raamnota 1998 zijn omschreven, zijn nog steeds actueel. De Raamnota biedt daarmee ook in de nieuwe regierol een goede leidraad om te kunnen sturen op samenhang in de hoofdstructuren. Voor één van de belangrijkste opgaven van de stad, te weten de binnenstad,  is nu net een regiedocument opgesteld dat de ontwikkelingsrichting voor de komende 15 jaar aangeeft. Hierin wordt primair gesproken van programma’s en minder in verschijningsvormen. Om de kwaliteit die de gemeente beoogt helder te kunnen maken is het denken in eindbeelden echter af en toe noodzakelijk. De cultuurhistorie neemt een belangrijke plek in het document vanuit de wens om de leesbaarheid van de binnenstad, de ‘logica’ van de ontstaanslijnen, overeind te houden.

De kritiek vanuit de commissie ruimtelijke kwaliteit op het regieplan is dat het geheel te weinig spettert en de ‘saai’ is. Maar volgens Heddema is het sturen op samenhang  per definitie niet ‘spetterend’, de iconen worden gemaakt in de architectuur, niet in de stedenbouw. Hier is een langetermijnvisie neergelegd, die op onderdelen invulling zal krijgen. “Een stedenbouwkundig plan is altijd aan de brave kant.” De strategie voor de stedenbouw die Heddema voorstaat is het werken aan een lange houdbaarheidsdatum van prikkelende kaderplannen en het sturen op een helikopterview om de leesbaarheid van de stad te kunnen vasthouden en vergroten. Op deelplanniveau zal met de verschillende partijen het gezamenlijke proces worden aangegaan. Het openbaar debat over ruimtelijke kwaliteit is daarbij noodzakelijk en verschaft het nodige draagvlak.

Henry Huiskamp, stedenbouwkundige gemeente Apeldoorn

De rol van de gemeente zal verschuiven van blauwdruk naar het voeren van regie op eenheid en het inspireren tot variatie. Belangrijk is een goede (cultuurhistorische) analyse vooraf zodat duidelijk wordt hoe een gebied in elkaar zit en op welke bestaande of potentiële kwaliteiten gestuurd kan worden. Zoeken naar de samenhang in cultuurdragers levert een inspirerend en bruikbaar beeld op, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de ontwikkeling van de Zuidwestpoort. Ook voor Apeldoorn-Zuid is getracht om samenhang in de diverse projecten te brengen, door het vastleggen van de kwaliteiten en hoe die kunnen inspireren bij nieuwe ontwikkelingen. “Durf te transformeren, maar ga daarbij wel uit van het bestaande.”

Voor de Kanaalzone, een van de grootste transformatiegebieden van de stad, is in 2005 een structuurschets vastgesteld welke vanuit ambitie een ruimtelijk programmatisch kader schetst. Naast de bouw van zo’n 3.500 woningen wordt o.a. ingezet op het revitaliseren van bedrijventerreinen, meer werkgelegenheid, betere bereikbaarheid, voortbouwen op de historie, genieten van groen en water in de hele stad en fietsen en wandelen langs het prachtige kanaal. Binnen de gehele zone worden meer dan 35 deelprojecten onderscheiden.

Met de doorontwikkeling van diverse deelprojecten is er nu behoefte ontstaan aan een document dat specifieker dan de structuurschets ingaat op de nut en noodzaak van samenhang en met welke principes deze samenhang op de lange termijn gegarandeerd kunnen worden.

Blauwe boekje

Door middel van het ‘blauwe boekje’ wordt nadrukkelijk gestuurd op samenhang, in juiste evenwicht met variatie. Er is een tiental principes geformuleerd om die samenhang te borgen, waaronder cultuurhistorie, robuustheid van de volumes en verhoudingen, lange lijnen, clusteren van bijzonder programma en eenheid in bestrating van de openbare ruimte. Ook vormt het ‘industrieel DNA’ van het gebied een leidend principe voor architectuur en stedenbouw en moet het water overal bereikbaar en beleefbaar zijn.

Dit roept vanuit de zaal de vraag op wat eigenlijk de strategie van de gemeente is ten aanzien van de ontwikkeling van de Kanaalzone? De tien principes uit het blauwe boekje zijn waarheden waar niemand het mee oneens zal zijn. Maar hoe gaat de gemeente nu precies sturen om dit voor elkaar te krijgen? Voor Huiskamp ligt een belangrijk deel van het succes bij de eerste opgave: al in het eerste deelplan moet de beoogde kwaliteit waar worden gemaakt. Daarvoor zal zeker een vorm van supervisie wellicht in de vorm van een kwaliteitsteam moeten worden georganiseerd.

Frans Holleman, ontwikkelingsmanager Bouwfonds

Bouwfonds heeft een plan gemaakt voor de noodwestzijde van de Kanaalzone. De ontwikkelaar heeft veel ervaring in langlopende (binnenstedelijke) gebiedsontwikkelingen en daarmee met het consistent omgaan met kwaliteit in de lange looptijd van het project. De grondexploitatie vormt daarvoor de basis en voedt de stedenbouw. Bij een regierol van de gemeente stuurt deze op een plan op hoofdlijnen, stelt ze de stedenbouwkundige randvoorwaarden en de beeldkwaliteit op hoofdlijnen plus de kwaliteit van de openbare ruimte. In samenspel met de marktpartij wordt een zoektocht aangegaan in hoeverre de gewenste kwaliteit in verhouding staat tot de haalbaarheid vanuit de grondexploitatie. Marktpartijen zaten vroeger vanuit hun grondpositie om tafel, nu worden zaken als conceptontwikkeling steeds meer doorslaggevend. Als opdrachtgever zijn transparantie en vasthoudendheid cruciaal voor succes.

Een gedeelde ambitie geeft binding en energie. Daarbij moet onderling goed afgestemd zijn over welk kwaliteitsniveau je het hebt en of dat haalbaar is. De Vlijt is inmiddels in een moeilijk vaarwater gekomen. Er ligt een plan, maar er zit een gat in de grondexploitatie. Partijen zijn nu met elkaar in gesprek om een en ander los te trekken, zonder de plankwaliteit aan te tasten. “Dit is het plan dat we willen realiseren, dat kun je als gemeente van ons als marktpartij vragen.”

Co-referenten en debat

Edwin Oostmeijer, zelfstandig projectontwikkelaar, reageert als coreferent op de inleidingen. ‘Het landschap wijkt, de stad verschijnt’ is een mooie karakterisering van de opgave waar Apeldoorn voor staat. Wat betekent dat? In ieder geval dat het heel belangrijk is om diversiteit te creëren. Het plan voor de Vlijt draagt daar niet aan bij. “Het gaat hier om een gebied dat 150 meter lang is. De plaatjes van Holleman laten te veel uniformiteit zien. Mijn advies is: knip het op! Máák de verschillen, en: begin gewoon ergens.”

Ook Huiskamp is kritisch, met name op de inrichting en betekenis van de openbare ruimte. “Die inspireert niet.” Bovendien staat in het gebied een oud pakhuis, kan deze geen onderdeel worden van de plannen in plaats van het gebouw te slopen? vraagt Oostmeijer zich af. Holleman reposteert dat het plan inmiddels een lange geschiedenis kent. Er is al vijf jaar aan gewerkt, sámen met de gemeente. De openbare ruimte komt op het plaatje misschien ‘clean’ over, maar wordt dat niet in werkelijkheid. Er is veel over heen en weer gepraat met de gemeente en dit is het resultaat. Huiskamp beaamt dat de discussie over het behoud van het pakhuis verleden tijd is. “Daar is drie jaar geleden over besloten en daar gaan we niet aan tornen. Als gemeente kiezen we er ook voor een betrouwbare partner te zijn.”

Gebrek aan visie

Co-referent architect Oliver Thill verwijt de gemeente een gebrek aan visie en strategie. “We hebben nu al tien keer het woord samenhang gehoord, maar wat is nu de visie van de gemeente op de Kanaalzone?” Moet het een stuk stad worden, een verdichtingsoperatie dus, of is het een soort parkachtige suburb voor rustig wonen: wat wil de gemeente hier met de stad? Voor Huiskamp zijn de ambities nadrukkelijk al vastgelegd in de structuurschets. Het blauwe boekje betreft een uitwerking. De herontwikkeling van de Kanaalzone draagt bij aan het voorkomen van stadsuitleg buiten de snelwegen, biedt kansen voor nieuwe woonmilieus in aanvulling op de bestaande woonmilieus en geeft ruimte aan de duurzaamheidsambities van de gemeente.

Voor Thill is het antwoord niet afdoende. Hij ziet dit nergens terug in het plan van Bouwfonds voor De Vlijt. “Dit plan kan overal gemaakt worden, het is niet bepaald onderscheidend. Als je het hebt over een industrieel verleden, dat andere doelgroepen kan aanspreken en onderscheidende milieus kan maken, dan moet je constateren dat dat hier niet gebeurd is. Huiskamp geeft hierbij aan dat de planvorming een lange voorgeschiedenis kent en dat de huidige inzichten op onderdelen anders zijn. ” Gespreksleider Jaap Modder vraagt zich af wat de rol van de gemeente nog is om in het plan in te grijpen. “Hier is een projectontwikkelaar middels een concessie-grondexploitaitiemodel aan het werk. Die gaat nu over de invulling van het programma. Als gemeente heb je geen grond meer om je hier mee te bemoeien.” Huiskamp geeft aan dat er geen sprake is van een stevige overdracht van taken, bevoegdheden en risico’s naar de ontwikkelende partij. Er is juist sprake van een gezamenlijke zoektocht naar een haalbaar plan binnen de gestelde ruimtelijke en programmatische randvoorwaarden.

Stedenbouw op oud spoor

Volgens Huiskamp is er voor de Kanaalzone sprake van een regie op hoofdlijnen door de gemeente en dat betekent dat zij zich óók kan bemoeien met de programma’s. “We gaan hier dus wel degelijk over. Je ziet ook al dat in latere plannen, zoals de Pilot Zuid, meer diversiteit is gebracht. Maar wellicht is het goed om voor de Vlijt nu een stapje terug te doen en met elkaar te sleutelen aan het concept.”

Hoe ziet supervisor Rein Geurtsen de veranderende rol van de gemeente? Geurtsen relativeert de verschuiving: in Apeldoorn is die eerder gradueel dan essentieel. “Apeldoorn heeft al 20 jaar een bijzondere cultuur van sturing. Deze mensen kennen de stad goed. Stick to your local culture: handhaaf die goede stedenbouwkundige traditie en tob niet zo over je nieuwe rol.” Eén van de essentiële zaken die Geurtsen als stedenbouwkundige nu tegenkomt is dat de stedenbouw in zijn algemeenheid nog op een oud spoor draait, namelijk dat van de verbodsplanologie. “Dat zit zo diep in onze genen. We bedrijven stedenbouw door te zeggen wat niet mag, een straffende planologie.”

Ziel van gebied

Geurtsen pleit daarentegen voor een bonus-planologie, waarbij je een bonus krijgt als het goed doet. “En laten we het woord ‘moeten’ nu alsjeblieft niet meer gebruiken.” Het erfgoed is de onderlegger voor de stedenbouw, vindt Geurtsen, nog steeds wordt te weinig ingezet op de ziel van het gebied. Met het woord supervisie heeft Geurtsen niet zoveel op, eerder spreekt hij van de dirigent in een gezamenlijk muziekstuk. Die dirigent heeft positie nodig om zo nu en dan de klok bij te stellen oftewel het plan te herdefiniëren. Positie, gezag en vertrouwen, evenals stedenbouwkundigen die iedere dag bereid zijn om tot het gaatje te gaan. “En als een marktpartij niet om kan gaan met het herdefiniëren van een plan, dan gaat hij maar elders vinex maken.”

Andries Geerse is sinds een paar jaar coördinerend architect supervisor van de Pilot Zuid, oftewel een deel van het zuidelijke deel van de Kanaalzone. Het verhaal van Huiskamp over samenhang vindt hij ‘enigszins krampachtig’, maar er zit wel degelijk een bepaalde maatschappelijke opvatting achter. “In dit vak is het inspirerend als je ideeën hebt op de samenleving en de manier waarop een stad zou moeten functioneren.” Het is bovendien wat ondernemers en bewoners van je verwachten: ze verwachten van een stedenbouwkundige méér dan dat hij de rooilijnen komt vastleggen. Ze verlangen een visie op het functioneren van het gebied.

Open luiken

Een gebiedsontwikkeling als voor de Kanaalzone lukt alleen als je met elkaar weet te definiëren dat je gezamenlijk bezig bent om iets te realiseren dat waardevol is voor de stad, aldus Geerse. “Als stedenbouwer moet je dan ook durven zeggen wat je waardevol vindt. We vertellen dat te weinig en voelen ons er ongemakkelijk bij. Het is in mijn ogen goed als stedenbouwkundigen duidelijk maken waar ze zelf voor staan en zich niet alleen opstellen als tekenaars van de uitkomsten van een bepaald grondexploitatiemodel. Beken kleur.” De rol van de supervisor bestaat er in hoge mate uit om met partijen het enthousiasme in het plan te bewaken. Het is jammer dat zaken door de recessie er nu niet zo rooskleurig voorstaan, maar voor Geerse mag dat geen reden zijn om ‘de ramen te sluiten om het rekenmodel rond te krijgen’. Open luiken, een open planproces is zijn devies, óók in economisch moeilijkere tijden.

Modder meent dat voor de Vlijt eigenlijk veel meer een out of the box-mentaliteit nodig is, maar die lijkt er momenteel niet te zijn. Als stedenbouw betekent het vormgeven aan de samenleving, dan moet je ook een open planproces aan durven gaan mét die samenleving en met elkaar de deuren durven openen. Sinds de jaren ‘60 is er wat dat betreft het nodige veranderd in de samenleving. Oud-stedenbouwkundige Harry Vos meent dat plannen vooral behoefte hebben gelegitimeerd worden door de vakman die zijn werk verricht in dienst van de samenleving. “Als stedenbouwkundige geef je in je keuzes aan waar je betekenis aan wilt geven, wat je tot uitdrukking wilt brengen, in welke vorm. Stedenbouw is bovenal het structureren van de openbare ruimte; die gaat langer mee dan een individueel pakhuis. Als een plan organisatorisch-ruimtelijk goed in elkaar zit, en dat is de professie van de stedenbouw-vakman, dan maakt een pakhuis meer of minder echt niet uit.”

Kiezen voor stedelijkheid

De opgave voor de Kanaalzone gaat ondertussen over méér dan een verdichtingsopgave. Hier moet een compleet stuk stad worden ontwikkeld. Dat betekent het creëren van stedelijkheid: naast het wonen zorgen voor voorzieningen. Wat kan Apeldoorn levendig en aantrekkelijk maken? Met het wonen zit het wel goed. Maar in de plannen voor de Vlijt is momenteel nog niet eens ruimte voor een café. De plannen in de Kanaalzone Zuid geven meer vertrouwen. “Kiezen voor stedelijkheid is een bewuste keuze, dat moeten we in Apeldoorn meer willen en durven’.

 

Architectuur in de binnenstad

OPEN MONUMENTEN DAG 8 en 9 september 2018: tocht langs Apeldoornse architectuur met Europese invloed

Architectuurcentrum Bouwhuis organiseert voor de Open Monumenten Dag  8 en 9 september 2018 een fietsroute langs Apeldoornse architectuur met Europese invloeden

Bent u nieuwsgierig naar  de invloed van de Duitse traditionalist Heinrich Tessenow  op de bouwstijl van een aantal Apeldoornse … (lees verder)

Terugblik Dag van de Architectuur 2016: Winnende woonzorgprojecten

Zie het verslag van Wilco Westrik voor Apeldoorn Direct:

Winnende woonprojecten als inspiratiebron voor toekomstbestendig wonen in Apeldoorn

 

(lees verder)

Architectuurroute Stedendriehoek

Het voorjaar komt eraan, dus zin en tijd om op een mooie zonnige dag de architectuurroute Stedendriehoek met de fiets of auto te gaan rijden! Bouwhuis beschikt over de architectuurrouteboekjes, maar het is ook mogelijk de tocht af te leggen … (lees verder)

Voorjaar 2018: Nieuwe uitgave Wijk in Beeld verwacht over de transformatie van de Kanaaloevers

In dit nieuwe boek in de serie Wijk in Beeld

vogelvlucht Stadskade

Spoorbrughof

staan de “Kanaaloevers” centraal; het, tussen de Apeldoornse brug en de spoorbrug gelegen middendeel van de kanaalzone; aan de westzijde, op de centrumoever,  begrensd door de Stationstraat … (lees verder)

RECENTE ARCHITECTUUR IN HET ROOSTER ZUIDBROEK

BASISSCHOOL DIAMANT APELDOORN
 Ontwerp: MTB Architecten

foto: Harry Noback

 … (lees verder)