Juryrapport Architectuurprijs 2013

Inleiding

Over de dingen die voorbij gaan….Architectuur wordt weer alledaags

Een toelichting namens de jury

Marieke Hillen

Bezoek aan de projecten

Hans van den Dobbelsteen

Over chemie tussen opdrachtgever en architect

Marieke Hillen

De Architectuurprijs Apeldoorn is een jaarlijkse prijs voor architectonische en

stedenbouwkundige projecten, kunstwerken en inrichting van de openbare ruimte. De prijs is een initiatief van Westpoort Notariaat, de gemeente Apeldoorn, Het Bouwhuis centrum voor mens & gebouwde omgeving en de BNA-kring Stedendriehoek. De inschrijving staat open voor alle projecten die zijn opgeleverd tussen 1 juli 2012 en 1 juli 2013 en nog niet eerder zijn ingezonden. Dit jaar wordt de prijs voor de twintigste keer uitgereikt tijdens de Nacht van de Architectuur op vrijdag 29 november 2012 in het Congrescentrum Orpheus te Apeldoorn. De prijswinnaar ontvangt een door beeldend kunstenaar Ferry Staverman ontworpen kunstwerk. In overleg met de architect wordt op het winnende gebouw een herinneringsplaquette aangebracht. De vakjury van de Architectuurprijs bestaat uit architecten, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten en kritische deskundigen, die gezamenlijk het vakgebied vertegenwoordigen.

De samenstelling van de jury in 2013 is als volgt:

 

Edwin Oostmeijer | projectontwikkelaar, juryvoorzitter

Hans van den Dobbelsteen | architect

Marieke Hillen | architectuurhistoricus

Marc Reniers | architect

Maike van Stiphout | landschapsarchitect

Wouter Veldhuis | architect, stedenbouwkundige

Geert Jan Jonkhout, rayonarchitect bij het Gelders Genootschap, heeft de voorafgaande inventarisaties van projecten verzorgd. Dankzij hem is de jury geïnformeerd over de context en ontstaansgeschiedenis van projecten. Daarvoor veel dank.

De jury is twee keer bij elkaar geweest. Op 16 september 2013 zijn achttien projecten in een eerste ronde beoordeeld op basis van ingezonden beeldmateriaal en plantoelichtingen. Bij deze bijeenkomst zijn tien projecten geselecteerd, die vervolgens op 10 oktober 2013 zijn bezocht. Westpoort Notariaat stelde haar kantoor ter beschikking voor overleg en nam de organisatie van beide jurymomenten voor haar rekening. Ook hiervoor dank.

De bezochte plannen zijn door de jury uitgebreid besproken en gewogen.

Uiteindelijk heeft dit geleid tot het selecteren van vier genomineerde projecten, waarvan één als winnaar is gekozen.

Door Marieke Hillen

 Inleiding

Toelichting namens de jury

OVER DE DINGEN DIE VOORBIJ GAAN …ARCHITECTUUR WORDT WEER ALLEDAAGS

Nee, dit wordt geenweemoedig verhaal over tijdendie eens waren, over de teloorgang vande architectuur, over het einde vande Architectuurprijs ApeldoornMaar vanzelfsprekend kijkenwe op deze plek terug op twintig jaar Architectuurprijs. Het is eenblik ineentijd waarinwerd gebouwd als warenwe inBabylon waar de architectuur in nachtelijke feesten werd gevierd. Maar dit terugkijken is niet melancholiek, het gaat gepaard met een optimistisch vooruitdenken over de nieuwe economie ,over veranderende maatschappelijke verhoudingenen over wat architectuur en het ontwerp kan bijdragen.

De Architectuurprijs Apeldoorn beleeft dit jaar haar twintigste editie. Het is de laatste maal dat de prijs in zijn huidige vorm wordt uitgereikt. De Architectuurprijs Apeldoorn heeft altijd een optimistisch karakter gehad. Het viert de

architectuur in haar stad, omdat deze architectuur volgens de initiatiefnemers

en het Bouwhuis de stad maakt tot wat zij is.

In het jubileumboekje dat bij deze editie van de Architectuurprijs is gemaakt,

passeren de twintig winnaars nog eens de revue. Maar het zijn niet alleen de

winnaars die het aanzien van Apeldoorn de afgelopen twintig jaar hebben

veranderd. Achter deze winnaars gaat een wereld aan architectuur schuil. Het is ongeveer twintig jaar geleden dat ik uit deze stad vertrok. Sindsdien bezie ik de stad door de ogen van een regelmatige bezoeker. Ik heb Apeldoorn in de afgelopen twee decennia zien veranderen van een dorp dat geen raad wist met haar stedelijke maat – als een puber met een te groot lijf – naar een zelfbewuste stad die haar dorpse kwaliteiten koestert en vormgeeft met heuse allure.

De Apeldoornse Architectuurprijs is ontstaan op de golf van architectuurbeleid die vanaf begin jaren negentig over ons land is gespoeld. Het was een kleine groep mensen die het initiatief namen en de ruimtelijke kwaliteit in Nederland op de politieke agenda plaatsten. Het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam opende haar deuren, het Stimuleringsfonds voor Architectuur werd opgericht om het architectuurklimaat met financiële middelen aan te jagen en Architectuur Lokaal kreeg de opdracht om gemeenten en later ook private opdrachtgevers de kneepjes van het cultureel opdrachtgeverschap bij te brengen. Al snel begonnen ook gemeenten lokaal beleid te ontwikkelen om de cultuur van architectuur en opdrachtgeverschap te stimuleren. Rond 2000 had elke, zichzelf respecterende stad een lokaal architectuurcentrum dat het gesprek over de architectuur in de breedste zin voerde. De jaren negentig en het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw kenden een ware renaissance van de Nederlandse architectuur. In Apeldoorn landde het architectuurbeleid in vruchtbare aarde. Het zoeken naar haar ruimtelijke kwaliteiten als dorpse stad of stedelijk dorp kreeg handen en voeten met dit beleid. Ook de initiatiefnemers van de Architectuurprijs Apeldoorn waren er vroeg bij. In het gunstige architectuurklimaat van de afgelopen twee decennia werd architectuur steeds vaker onderwerp van het publieke gesprek. De Architectuurprijs voer mee op deze golf en groeide uit tot een waar evenement voor de hele stad. De prijs was in Apeldoorn niet alleen onderwerp van gesprek tussen vakgenoten. Elk jaar organiseerden Bouwhuis en de Stentor naast de Architectuurprijs een publieke competitie. De ingezonden projecten werden breed uitgemeten in de krant. Elke Apeldoorner mocht stemmen en dat gebeurde in groten getale. Voor menigeen was de publieksprijs misschien wel een grotere blijk van waardering dan de Architectuurprijs. Andere steden keken jaloers toe hoe Apeldoorn haar bevolking in het gesprek rond de prijs en daarmee het gesprek over architectuur en de stad wist te betrekken. Apeldoorn was terecht trots. Maar met de komst van de crisis veranderde het tij. Bij de uitreiking van de Architectuurprijs 2010 hield wethouder Rob Metz nog een vlammend betoog over de waarde van architectonische kwaliteit in de stad. Hij noemde hij de Nacht van de Architectuur de jaarlijkse hoogmis van Apeldoorn: “een avond waarop prijzen worden uitgedeeld, de architectuur wordt gevierd, maar  misschien nog belangrijker het gesprek over architectuur en de stad wordt gevoerd.”

Dit betoog is nog maar drie jaar geleden, toch is het een wereld van verschil met het nu. Na 2010 werd de crisis in volle hevigheid voelbaar. Iedereen kent de gevolgen: de woningmarkt stortte in, gemeentes, waaronder Apeldoorn, incasseerden enorme verliezen op hun grondposities, projectontwikkelaars  ontwikkelden niet meer en de opdrachtenportefeuille van architectenbureaus bleef leeg. Tegelijkertijd heeft de overheid zich de afgelopen jaren terug getrokken uit de ruimtelijke ordening en kiest voor een rol waar zij activeert en stimuleert, maar niet langer betaalt en bepaalt. Het Nederlands architectuurbeleid zoals we dat de afgelopen twintig jaar hebben gekend, kalft af of beter gezegd, het heeft in die vorm geen bestaansrecht meer. Ook op lokaal niveau verdwijnt het draagvlak voor het vieren van de architectuur zoals dat de afgelopen twintig jaar is gebeurd. Na twintig feestelijke edities hebben de initiatiefnemers en trekkers van de Architectuurprijs Apeldoorn daarom besloten te stoppen met de prijs. Zij vinden deze niet langer een geëigend middel om het gesprek over de kwaliteit van de architectuur in Apeldoorn te voeren. De jury, een club bezoekende critici die jaarlijks wordt uitgenodigd de lokale ‘oogst’ te beschouwen, begrijpt deze beslissing. Het uitdelen van een architectuurprijs gaat wat haar betreft over het ‘waarderen’ van geleverde prestaties. Met het toekennen van de prijs maakte de jury een toekomstgerichte keuze. Winnaars toonden de stad waar het trots op mocht zijn, wat voorbeeldstellend was en op welke weg zij verder moest gaan. De jury wilde meer zien van hetgeen ze met de prijs waardeerde en beloonde. Dat was de functie van de Architectuurprijs.

De afgelopen twee jaar zag de jury prachtige projecten, maar miste zij steeds sterker het gevoel dat projecten richtinggevend waren voor deze tijd. Het gevoel naar een verleden te kijken, dat weinig zegt over het heden, overheerste. Natuurlijk werden in deze projecten actuele opgaven geadresseerd, maar de werkelijke urgentie ontbrak. Vorig jaar werd dit in het juryrapport ook al opgemerkt:

“De jury realiseert zich dat de projecten die zij onder ogen krijgt het product zijn van een tijd waarin we ons geen zorgen leken te maken om de toekomst. De projecten zetten ons terug in de tijd toen de crisis nog niet in volle hevigheid was losgebarsten. Tegelijkertijd realiseert de jury zich dat haar kijk wordt gekleurd door de tijden waarin we nu leven. De jury mist in veel projecten een toekomstgerichtheid. Meer dan voorheen zoekt de jury naar projecten die als voorbeeld kunnen dienen; projecten waar architectuur als noodzaak in aanwezig is; projecten die een toekomstgerichte houding aannemen ten opzichte van actuele opgaven.”

Onder de uiterlijke verschijnselen van crisis is door de hele maatschappij – op het gebied van technologie tot sociale zaken, van de economie tot cultuur – een fundamentele verandering voelbaar. Dit vraagt van de architectuur, een vak dat als geen ander in de maatschappij is geworteld, dat zij actief mee zoekt naar nieuwe manieren van doen. Kristian Koreman van ZUS (landschaps)architecten sprak op de vorige Nacht van … over hoe ongevraagde architectuur en architectonisch activisme bij kan dragen aan het herwinnen van de publieke rol van de architect. Het activisme dat hij predikt, wordt ondertussen niet alleen door ZUS zelf beoefend. Ook andere bureaus trekken het initiatief voor het ontwikkelen van projecten en gebieden naar zich toe. Het is naïef om te denken dat elke architect vanaf nu als een activist ongevraagd zijn architectuur moet gaan ontwikkelen. Activisme doet waar activisme voor is bedoeld: het agendeert, het zet zaken in beweging, het kan verandering brengen in een wereld die een nieuwe richting zoekt. Het is met andere woorden een manier om nieuwe strategieën voor de architectuur te ontwikkelen. Een ander geluid over een richting voor de architectuur en daarmee ook voor het beleid komt van Adri Duyvestein. Als wethouder RO in Den Haag, directeur van het NAi, Tweede Kamerlid en later weer wethouder RO in Almere heeft hij het Nederlands architectuurbeleid mede vormgegeven. Hij heeft zich altijd luidruchtig in het publieke gesprek over de nut en noodzaak van architectuur gemengd. In de laatste papieren editie van de krant van Architectuur Lokaal – ook deze krant zoekt trouwens na twintig jaar op papier te zijn verschenen naar een nieuwe vorm – zegt Duyvestein:

“Misschien heb je in een normale tijd geen architectuurbeleid nodig. Nu is behoefte aan een algemeen cultuurbeleid. Het bestaansrecht van architectuurbeleid moet dus direct worden gekoppeld aan echte opdrachtgevers in de brede betekenis van het woord … Het probleem is wel dat er geen politieke urgentie wordt gevoeld. De politiek is met heel andere vraagstukken bezig: Europa, crisis, migratie. Niet met architectuur. De vanzelfsprekendheid van architectuurbeleid is dan ook niet meer aanwezig, ook bij mij niet. Iedereen die de hoogconjunctuur heeft meegemaakt zal eraan moeten wennen dat architectuur weer tot de gewone, dagelijkse dingen gaat behoren.”

Het grote zoeken naar een nieuwe rol van de architectuur slaat wat betreft de jury niet alleen op de architectuur en hoe en wat er wordt gebouwd, maar ook zoals Duyvestein aanvoert op het architectuurbeleid en de ‘middelen’ waarmee dit beleid de afgelopen twintig jaar vorm kreeg. Er moet worden gezocht naar nieuwe manieren die passen bij deze tijd en de veranderde omstandigheden. Waar Koreman spreekt over ACTIVISME en ONGEVRAAGDE ARCHITECTUUR, noemt Duyvestein de aandacht voor de ECHTE OPDRACHTGEVER en over architectuur die weer tot de DAGELIJKSE dingen gaat behoren.

De jury moedigt de stad Apeldoorn en de initiatiefnemers van de Architectuurprijs aan om in dit krachtenveld te zoeken naar een middel dat de Architectuurprijs nieuw leven inblaast of vervangt. Een manier om het gesprek over de ruimtelijke kwaliteit van de stad aan te jagen, te voeden en te inspireren. Een vorm die past bij deze huidige tijd. Juist in de dynamiek van de ontwikkeling van Apeldoorn zijn volgens de jury projecten die het verdienen om goed te worden bekeken en op hun merites te worden beoordeeld.

Ter illustratie. In het weekeinde nadat de jury rondging in Apeldoorn vond het Zwitsal LAB plaats. Voor twee dagen organiseerde Susanne Bakkenist naar aanleiding van haar afstuderen aan de HKU dit evenement/experiment in de oude Zwitsalfabrieken. Voor haar afstuderen vroeg Bakkenist zich af: Wat betekent de leegstand voor Apeldoorn? Wat kost het? Hoe kan het terrein weer waarde krijgen? Geeft tijdelijke invulling meerwaarde? Maar het bleef niet bij een abstracte exercitie. Bakkenist ontving vele ideeën voor tijdelijke invulling van leegstand en met deze inbreng ging zij aan de slag. Op haar blog schrijft zij over de wil bij ondernemende Apeldoorners maar ook over de weerstand waar het project op stuit: “Vele enthousiaste ondernemers, die bijgedragen hebben in mijn onderzoek naar een goede, tijdelijke invulling van een van de panden op het terrein, hebben hun interesse hier iets mee te doen herhaaldelijk laten blijken. Het idee werkelijk uitvoeren gaat er bij de gemeente helaas niet in, maar dit idee in een weekend uitvoeren ondersteunen ze graag.” De eerste dag van het weekeinde was de oude fabriek ingericht als een werkplek voor flex- en netwerkers. Op zaterdag was de fabriek een plaats van vermaak en vertier. Met het Zwitsal Lab heeft  Bakkenist in een weekeinde de potentie van de locatie zichtbaar gemaakt.

Dergelijke projecten vallen nu buiten het zicht van de Apeldoornse Architectuurprijs, terwijl juist dergelijke evenementen op een innovatieve manier zoeken naar een nieuwe rol voor de architectuur, waarbij de eerder genoemde begrippen als activisme, ongevraagde architectuur, echte opdrachtgevers en de alledaagsheid van de architectuur een rol spelen.  Wat de jury betreft, moet het daarom in de toekomst niet alleen gaan over de kwaliteit van gerealiseerde projecten, maar veeleer om de wegen er naar toe. Welke strategieën kunnen worden ontwikkeld? Of een prijs het geëigende middel is, wordt nu door de initiatiefnemers van de Architectuurprijs als wel door de jury ter discussie gesteld. Aan Bouwhuis – dat als lokaal architectuurcentrum “de  belangstelling van Apeldoorners voor de gebouwde omgeving wil aanmoedigen” – de rol om in de zoektocht naar een nieuwe vorm het voortouw te nemen. Want, aldus het Bouwhuis op haar website  “hoe meer mensen deelnemen aan de discussie, hoe meer mensen zich herkennen in de uiteindelijke resultaten en zich betrokken voelen bij de ontwikkeling van de stad.” Maar waar het Bouwhuis het voortouw neemt, verdient de zoektocht naar een nieuw architectuurbeleid en de bijbehorende middelen de aandacht van de hele gemeente inclusief de politiek. Met het verdwijnen van de Architectuurprijs zou anders weleens het kind – het streven van de gemeente Apeldoorn naar een bijzondere en passende ruimtelijke kwaliteit, die maakt dat mensen graag in deze gemeente komen wonen en werken – met het badwater kunnen worden weggegooid.

Bezoek aan de projecten

Op donderdag 10 oktober 2013 verzamelt de jury zich bij Westpoort Notariaat voor eenrondrit langs de geselecteerde projecten. Op basis vande eerste jurybijeenkomst is de selectie gemaakt vande projectendie vandaag wordenbezocht. Het tijdschema is strak, bij eenflink aantal projectenstaanopdrachtgevers, architectenof bewoners klaar om huninzending toe te lichten, dus na eenkop koffie gaat de jury op pad.

In de volgorde waarin de projecten zijn bezocht, zijn zij hieronder ook besproken.

Het eerste project ‘het Catharina Amaliapark met de parkeergarage Brinkpark’ ligt op loopafstand van Westpoort Notariaat. Dat komt goed uit: het park langs de Grift is ten slotte gemaakt om doorheen te wandelen. De herinrichting van het voormalige Brinkpark in combinatie met de ondergrondse parkeergarage aan de Brinklaan is een ontwerp van Zwarts & Jansma Architecten (Amsterdam) in samenwerking met OKRA landschapsarchitecten (Utrecht). Het project zorgt voor een grote kwaliteitsslag in de openbare ruimte. De jury realiseert zich dat juist de kwaliteit van de openbare ruimte een voor Apeldoorn ongelooflijk belangrijke factor is.

Deze plek was voorheen een onoverzichtelijke chaos. Zij is door deze doeltreffende ingreep nu een plek van rust, waarin op elegante wijze verkeersstromen van elkaar zijn gescheiden. De jury had het project nóg beter gevonden, als de vormgeving en materialisering van het park ingetogener waren geweest.

Het woningbouwproject ‘De Boog’ (ontwerp Rijnvos Voorwinde architecten,

Rotterdam) bestaat uit twee gebouwen, die verbonden zijn door een loopbrug over de Molenstraat. De gebouwen bieden ruimte aan 87 woningen met een grote variatie aan woningtypes, variërend van stadswoningen tot maisonnettes, appartementen en penthouses met een ruim balkon.

“Een fantastische plek voor gezinnen, senioren én starters”, staat op de site van de Woonmensen te lezen. De jury is onder de indruk van de knappe puzzel, die in dit ogenschijnlijk eenvoudige gebouw is opgelost. Diverse woontypologieën zijn op een mooie manier naast en op elkaar gestapeld. De overgangen van privé naar openbaar zijn echter hard en abrupt, zowel aan de straatzijde als aan de tuinzijde. Tijdens het jury-bezoek worden aan de tuinzijde hoge schuttingen geplaatst, die kleine tuinen  nog benauwder maken en duidelijk niet onder de regie van de ontwerpers vallen.

BEZOEK AAN DE PROJECTEN

Het volgende project is ‘De Villa’, (ontwerp De Zwarte Hond, Groningen), waar dagopvang en appartementen van ’s Heerenloo zijn ondergebracht. Het busje van de jury past maar net op de oprit. De entree doet bescheiden aan. Zodra de juryleden het gebouw betreden, merken ze dat hier iets bijzonders is ontstaan. Het gebouw straalt een aangename rust en warmte uit. Dit effect sorteert het gebouw ook op de doelgroep: cliënten zijn aantoonbaar rustiger dan in hun vorige omgeving. Deze harmonie kenmerkt ook het gebouw, zowel het interieur als de gevels zijn zacht, mooi, stil en aangenaam. De opdrachtgever wist goed wat zij wilde en de architect heeft zich hier dienstbaar opgesteld. De meerwaarde van een goed ontwerp leidt aantoonbaar tot een hogere kwaliteit van de verzorging. Het is te hopen dat de opdrachtgever ook bij volgende projecten de meerwaarde van een goed ontwerp zal herkennen.

Bij Breustedt Chemie (Courage architecten, Apeldoorn) staan de opdrachtgever en de architect de jury al op te wachten. Het is een imposant bedrijfsgebouw, dat is ontworpen vanuit logistieke en functionele randvoorwaarden. Bepalend voor het ontwerp was de keuze om de vrachtwagens, die voor de bulkaanvoer van de chemicaliën zorgen, op het dak van het gebouw hun lading te laten lossen. Door gebruik te maken van de hoogteverschillen, worden grote containers op een inventieve en energiezuinige wijze gevuld. De jury is onder de indruk van de wijze waarop architect en opdrachtgever dit gedurfde gebouw hebben gerealiseerd. De bereikte perfecte is echter dermate ver doorgevoerd, dat dit ten koste lijkt te gaan van een prettige werkomgeving in de kantoorruimtes.

Het laatste project dat voor de lunch wordt bezocht, is de renovatie en uitbreiding van winkelcentrum de Eglantier. De Eglantier is in 1981 gebouwd door architecten-bureau Alberts & van Huut als winkelcentrum voor de wijk De Maten. In 2010 is begonnen met de revitalisering en uitbreiding van het winkelcentrum naar een ontwerp van Soeters Van Eldonk architecten (Amsterdam). Verspreid over meerdere jaren worden ongeveer 95 nieuwbouwwoningen en 6.000 vierkante  meter nieuwe commerciële ruimte aan het winkelcentrum toegevoegd. De jury verwondert zich over het feit dat de oorspronkelijke ontwerper niet bij de renovatie en uitbreiding is betrokken. Dit was wat haar betreft een logische stap geweest. Het contrast tussen de bestaande bebouwing en de nieuwe ingrepen vindt de jury op sommige plekken te groot. De architectonische expressie van de nieuwbouw, waarmee Jos van Eldonk op andere plaatsen zeer succesvol is, is in deze context naar het oordeel van de jury misplaatst.

In ‘Post Zuid’ (ontwerp Courage architecten, Apeldoorn en Mies Architectuur, Ede) worden een aantal gemeentewerven, de staf en werkplaats van de brandweer,een ambulancepost, een kringloopwinkel, de fietsenafhaalcentrale en het depot van verloren en gevonden voorwerpen (VGV) in één gebouw gehuisvest. Met de nieuwe huisvesting heft de gemeente Apeldoorn ongeveer veertig locaties op. De gelegenheidscombinatie Courage architecten/Mies architectuur heeft een buitengewoon slim ontwerp gemaakt. Het gecompliceerde programma van eisen is op een eenvoudige en overtuigende manier vormgegeven, met een hoge mate van integratie tussen gebouw, constructie en installatietechniek. Het plezier van het ontwerpen spat er voor de jury werkelijk van af. Het is een utilitair, functioneel gebouw en tegelijkertijd esthetisch. Gebruik en architectuur versterken elkaar in dit gebouw. De jury is onder de indruk van de slimme scheiding van brandcompartimenten, de strakke doorlopende glazen gevel van begin tot eind met een prachtige uitkraging op de kop en de daklichten waardoor daglicht door glazen vloerplaten tot op de begane grond valt.

Het ontwerp voor de ‘Achmea Campus’ (ontwerp ADP architecten i.s.m. B+B landschapsarchitecten, Amsterdam) is gesitueerd op de uitlopers van Nederlands grootste natuurgebied, de Veluwe. Het uitgangspunt van het winnende ontwerpteam is een knappe vondst: het omvangrijke bouwprogramma wordt verdeeld over meerdere bouwvolumes, waardoor het landschap hier belangrijker is dan de gebouwen. De jury is onder de indruk van de ontwerpprestatie, met name het centrale voorzieningengebouw is overtuigend. De jury heeft echter op onderdelen ook kritische vragen: zijn de routes over de campus wel natuurlijk, staan de gebouw nu in of boven het landschap, gaat de opdrachtgever de laatste puntjes op de ‘i’ zetten?

Het laatste project dat wordt bezocht, is het café restaurant ‘De Boschvijver’ in het park Berg en Bos (ontwerp Maas architecten, Lochem). Het gebouw maakt een mooie beweging, waarbij de afgeronde hoeken zorgen voor een aangename verschijning. Hoewel het gebouw op een openbare plek staat, heeft de opdrachtgever – een particuliere ondernemer – zijn eigen logica en bedrijfsvoering voorop gesteld. Hierdoor zijn naar het oordeel van de jury niet altijd de goede keuzes gemaakt. Het gebouw staat wonderlijk op zijn plek en opent zich niet naar de belangrijkste publieksstromen. De ingang zit verstopt met name voor de dagjesmensen die het park in groten getale bezoeken.

Op het eind van de dag concludeert de jury dat het een inspirerende dag is geweest. De projecten lopen uiteen qua programma, schaal, ambitie en betekenis voor de stad. De onderscheidende criteria zijn ‘betekenis hebben voor de stad’, ‘relevant voor deze tijd’ en ‘architectonisch vakmanschap’. Deze criteria overwegende draagt de jury voor als genomineerden voor de Architectuurprijs Apeldoorn 2013 het Catherina Amaliapark en de parkeergarage van Zwarts en Jansma architecten uit Amsterdam in samenwerking met OKRA landschaps architecten, Utrecht; de Villa van Archiectenbureau De Zwarte Hond uit Rotterdam; het bedrijfsgebouw van Courage architecten uit Apeldoorn en Post Zuid van de architectencombinatie Courage architecten, Apeldoorn en Mies Architectuur, Ede.

De genomineerden

CATHARINA AMALIA PARK EN PARKEERGARAGE Brinklaan  Architecten: Martin Knuijt en Arjan Leenstra, OKRA landschapsarchitecten, Utrecht; Bas Symons, Zwarts en Jansma architecten, Amsterdam

Aan de rand van de binnenstad is een rommelig parkeerterrein en armetierig parkje getransformeerd in een nieuw stadspark. De naamswijziging van Brinkpark naar Catharina Amaliapark is veelzeggend voor de ambitie van de gemeente in dit project: het moest een stadspark met allure worden. Het terugbrengen van de Grift als structurerend element in het Apeldoorns stadsbeeld is, net als op andere plekken in de stad waar de beek bovengronds is gebracht, aangegrepen om een nieuwe groene ruimte te maken. De gemeente wilde dit gebied aan de rand van de binnenstad tot een aangename verblijfsruimte langs de Grift maken door zoveel mogelijk ruimte aan het park terug te geven en de aanwezigheid van het verkeer terug te dringen. Het parkeren is daarom in een ondergrondse parkeergarage van twee verdiepingen ondergebracht. Het voormalige Brinkparkje is uitgedijd richting de Willem Alexanderlaan en ook het dak van de parkeergarage is meegenomen in het parklandschap.

De toegangen van de auto’s en de bezoekers van de parkeergarage zijn in het park opgenomen. De Grift is het beeldbepalende element van het park. De vraag van de gemeente om voorzieningen in het park te bieden aan verschillende gebruikers heeft geresulteerd in een speelplek voor jongere kinderen en een skateplek.

De tweelaagse parkeergarage biedt plaats aan 240 auto’s, waardoor de parkeercapaciteit in het gebied op peil blijft. Een deel van de parkeergarage is publiek een ander deel is bedoeld voor werknemers van het Kadaster. De plattegrond van de parkeergarage is eigenlijk niet meer dan een simpele rechthoekige doos, maar door de kopse kanten af te ronden zijn vervelende hoeken vermeden. De kleurstelling in witte en rode vlakken werkt grafisch goed doordat nergens constructieve of installatietechnische elementen dit beeld verstoren. De verlichting langs de damwanden is indirect en de verlichtingslijnen boven de rijbaan versterken het rustige beeld. De gebruikte grafische signalering en bewegwijzering is ludiek en informatief. De jury vindt het belangrijk voor de stad dat ook in tijden van economische crisis de kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte op de agenda blijft. Door de bouw van de parkeergarage en de aanleg van het park en de inpassing van de Grift is een enorme kwaliteitsimpuls aan dit gebied gegeven. De bewoners in de aanpalende woningbouw wonen opeens aan een prachtig stadspark in plaats van een armoedig parkeerterrein. De gelaagdheid van het plan – parkeergarage, inpassing van de Grift, park en infrastructuur- is bijzonder knap. De combinatie van park en parkeren past goed in de verdichtingsopgave van de binnenstad. De parkeergarage overtuigt in zijn organisatie en vormgeving: “Mooi en genereus”, zijn woorden van de jury. Over de vormgeving van het park is de jury kritischer, de veelheid aan materialen is onrustig. “Het is te veel vormgegeven en te weinig  ontworpen”, aldus een van de juryleden. De jury zet haar vraagtekens bij het gebruik van de speel- en skateplek. Is dit programma ‘van overheidswege’ op het park geprojecteerd of is het een antwoord op een bestaande vraag vanuit de buurt? Een gemiste kans is de verbinding tussen het park en het terras van het restaurant: de uitgang van de parkeergarage verhindert kinderen om direct van het terras naar de speelplek te kunnen rennen. Ook de overgang tussen terras en park had meer aandacht kunnen krijgen. Zowel het park als de parkeergarage hebben een ontegenzeggelijk Apeldoornse kwaliteit, ondanks de veelheid van programma oogt het als een ontspannen inpassing.

BEDRIJFSGEBOUW BREUSTEDT CHEMIE

Architect | Lars Courage, Courage architecten Apeldoorn

Het is een ongewone combinatie: een groothandel voor chemische stoffen op een bedrijventerrein dat zich profileert met duurzaamheid. Els Strijker, directeur van Breustedt Chemie, wil zich ontdoen van de vooroordelen over de chemische industrie. Zij wil laten zien dat een chemisch overslag bedrijf niet ‘vies, smerig en verdacht’ is en realiseert een duurzaam en transparant bedrijfsgebouw op dit duurzame paradepaardje van de gemeente Apeldoorn. Nog een niet voor de hand liggende combinatie is de opslag van chemische stoffen en de stalen constructies van Lars Courage. Strijker ‘heeft niets met staal’ en is op zoek naar een architect die graag met hout werkt voor de nieuwbouw van haar bedrijf. Toch gaat zij uiteindelijk in zee met de staalvreter Courage. De chemie tussen deze ambitieuze opdrachtgever en gedreven architect leidt tot een bijzonder bedrijfsgebouw.

Het project is volgens de architect tot stand gekomen in een ‘war room’. In een zeer kort tijdsbestek is met alle betrokken partijen een compleet plan ontwikkeld. Alle mogelijke obstakels – van constructie tot vergunningen – zijn in deze ‘war room’ uit de weg geruimd. Het plan moest voorzien in een expeditie-/opslagruimte, productiehal, hoofdkantoor en een verhard buitenterrein met benodigde infrastructuur. Daarnaast moest het ontwerp duurzaam, energiezuinig en transparant zijn. De keuze van Strijker om de tankwagens het dak op te laten rijden en vanaf zes meter hoogte hun chemische lading in de opslagtanks te laten lossen, is ingegeven door de eis van energiezuinigheid en kostenefficiëntie. Dit heeft een allesbepalende impact op het ontwerp en in positieve zin op de bezoeker van het bedrijventerrein elders die auto’s op het dak ziet rijden. Dat de tanks zichtbaar vanaf de snelweg hun lading lossen, draagt bij aan de door haar nagestreefde transparantie van het chemiebedrijf. Het langgerekte gebouw ligt in de groene weilanden van de Ecofactorij. Vrachtwagens melden zich bij de poort en rijden aan de achterzijde van het bedrijf via een hellingbaan het dak op. Bezoekers lopen langs de glazen gevel van de productiehal en komen binnen via het kantoor. Het kantoor is de bekende zwart, stalen doos van Courage. Via een centraal gelegen trap achter de receptie is de eerste verdieping bereikbaar. Van daaruit kan met nog een trap het voormalige kantoor van de directeur worden bereikt. Deze glazen doos doet nu dienst als ontvangst- en vergaderruimte. De directeur is met haar bureau afgedaald naar de eerste verdieping waar haar werknemers zitten. Vanuit het kantoor is de productiehal, een loods met een lichte houten constructie, zichtbaar. De houten constructie is een vereiste in verband met de chemische resistentie. De blauwe tanks in rijen opgesteld, vormen een sterk beeld. De keuze voor blauw is doorgezet door de opdrachtgeefster – Courage had liever zwarte tanks gehad. Maar blauw is de kleur van de vaten waarin de chemische stoffen worden verkocht en daarmee de kleur van het bedrijf, aldus de opdrachtgeefsterDe jury is onder de indruk van de ambitie van de opdrachtgeefster. Strijker staat een nieuwe manier van werken voor in een bedrijfstak die niet bekend staat om haar vooruitstrevende karakter. De drang van de opdrachtgever om een onderscheidend gebouw te maken, is bewonderenswaardig. Courage is een architect die als geen ander in staat is om de voorgelegde logistieke puzzel goed op te lossen. De jury is kritisch over het niveau van de uitwerking. De bovenste verdieping is een ‘stekend’ voorbeeld. De bovenste ruimte met een prachtig uitzicht over het omliggende land wordt zelden gebruikt, terwijl de kantine in een donkere hoek op de begane grond is weg gestopt. Dat de opslag op het terrein niet in het landschap of de architectuur is geïntegreerd, vindt de jury een gemiste kans. Hierdoor staat het gebouw in een kraag van ‘rommel’. Maar de chemie tussen architect en opdrachtgever heeft ontegenzeggelijk gewerkt, het gebouw wint op dit vlak absoluut de sympathie van de jury.

WERKGEBOUW POST ZUID

Architectencombinatie | Lars Courage, Courage architecten, Apeldoorn en Michel Richter, Mies Architectuur, Ede

Apeldoorn kende tot voor kort veel kleine gemeentewerven verspreid over de stad. Vanuit het oogpunt van kostenreductie en efficiëntie besluit de gemeenteraad veertig gemeentewerven, de staf en werkplaats van de brandweer, de ambulancezorg Noord en Oost Gelderland, het Kringloopcentrum Foenix, de Fietsen Afhaal Centrale en afdeling Verloren en Gevonden Voorwerpen (VGV) in één gebouw te huisvesten. De opdrachtgever is ambitieus. Naast kostenbesparing en vergroting van de efficiëntie, wil de gemeente haar duurzaamheidsambities waarmaken en een impuls geven aan de herontwikkeling van het verouderde bedrijventerrein Kayersmolen.

Het samenbrengen van deze diensten en het inpassen van een oude constructie in het nieuw gebouw is een logistieke puzzel van jewelste. Courage architecten en Mies Architectuur dingen als architectencombinatie mee in de aanbesteding.

Het proces van architectenselectie, ontwerp, aanbesteding en bouw is in zeer korte tijd doorlopen. Het onder één dak brengen van de diensten bleek niet alleen een fysieke opgave, maar betreft ook het integreren van verschillende culturen. Op sommige vlakken is deze integratie van diensten ver gegaan – in de garage staan de brandweerwagens naast de tractoren van de groendienst. Op andere momenten is bewust gekozen om diensten te scheiden – zo hebben de ‘kazerneerders’ (brandweer en ambulancediensten) een eigen huiskamer.

Het gebouw staat op het terrein van de vrieshallen van Grolleman Coldstore, waar mogelijk is de constructie van deze hallen behouden en meegenomen in het nieuwe gebouw. Om ook na de bouw energie te besparen wordt het gebouw verwarmd en gekoeld door warmte/koude opslag. Het hemelwater wordt opgevangen in vijvers en gebruikt door de brandweer. Op de begane grond zijn de werkplaatsen, de kringloopwinkel en de uitrijremises voor brandweer en ambulancedienst gesitueerd. In een langwerpig volume van 160 meter dat daarop is geplaatst, zijn functies als kantoren en kantine onder-gebracht. De uitstraling en materialisering zijn onmiskenbaar van de hand van Courage. Veel staal, glas en alles zwart met stoere elementen zoals de enorme uitkraging. De installatietechniek is waar mogelijk in de staalconstructie weggewerkt. De gebouwen van Courage (in dit geval samen met Mies Architectuur) zijn slim. Courage ontwikkelt zijn gebouwen als een product dat hij steeds verder vervolmaakt. De jury vindt dat Courage meer oog mag hebben voor de mensen voor wie hij het gebouw maakt. Net als bij Breustedt Chemie zijn ook hier de werkplekken erg donker en de fitnessruimte is weggestopt in een onooglijk zaaltje. Ook over de buitenruimte is de jury net als bij Breustedt kritisch. De keuze om als kunstproject de schetsen van Lars Courage en teksten als creativity takes courage zo dominant op te nemen, komt op de jury wel erg zelfgenoegzaam over. Zij kan het maar moeilijk opvatten als een knipoog of subtiele signering van eigen werk. Deze keuze van de opdrachtgever of architect gaat voorbij aan wat kunst in een werkgebouw, waarin dagelijks mensen aan het werk zijn voor de stad, kan betekenen. De jury vindt Post Zuid echter een moedig en consistent project. De keuze om zoveel verschillende diensten samen te huisvesten, is tekenend voor een overheid die compacter en slagvaardiger wil werken. Daarbij geeft het project een belangrijke impuls aan de herontwikkeling van het verouderde bedrijventerrein. Verder prijst de jury opdrachtgever en architect om het tempo waarin dit publieke gebouw is ontwikkeld, gebouwd en opgeleverd.

DE VILLA

Architect | Bart van Kampen, Architectenbureau De Zwarte Hond, Rotterdam

“Architectuur kan de zorgvraag verminderen”, stelt Bart van Kampen op de site van architectenbureau De Zwarte Hond. In de Villa – een dagopvang en appartementen voor verstandelijk gehandicapten – lijkt hij dit streven waar te maken. De gedelegeerd opdrachtgeefster stelt dat de bezoekers van de dagopvang veel rustiger zijn in hun nieuwe omgeving en daardoor minder intensieve zorg nodig hebben.

Tegenover Schuylenburg in het Apeldoornse Bosch, aan de ander kant van de Zutphensestraat heeft zorgverlener ’s Heeren Loo de dagopvang en appartementen gerealiseerd. De appartementen zijn voor mensen met een verstandelijke handicap die hier zelfstandig wonen onder begeleiding. De dagopvang is juist voor mensen die dat waarschijnlijk nooit zullen kunnen. Zij hebben hier een werkplek in de kaarsenmakerij of het zeepatelier. De Zutphensestraat heeft het typische profiel van een straatweg: een tweebaansweg met een fietspad ernaast, een grindstrook en vrijstaande woningen of twee-onder-een-kap met groen eromheen. De huizen staan min of meer in dezelfde rooilijn. De Villa staat op een plek van een voormalig hotel, dat al door ’s Heerenloo als dagopvang in gebruik was. De nieuwbouw die in de plaats van het hotel is neergezet, wijkt weliswaar af qua volume van de rest van de bebouwing, maar stoort niet in het beeld van de straatweg. De wens was om een gebouw te maken met een duidelijk scheiding tussen de appartementen en de dagbesteding. De architect heeft deze wens gehonoreerd door het exterieur twee heel verschillende gevels te geven: aan de Zuthpensestraat een concave bakstenen, meer gesloten gevel. Tussen de twee bouwvolumes is hier de glazen entree van de dagbesteding gemaakt. Aan de achterzijde, waar het gebouw aansluit op een woonwijk, is de convexe gevel transparanter en in hout gematerialiseerd. Hier ligt de entree van de appartementen. Belangrijk voor de bewoners is dat zij met hun eigen ingang ook een eigen adres hebben gekregen en zich daarmee onderscheiden van de dagopvang. De houten veranda zorgt dat elk appartement een eigen relatie met tuin heeft. Deze tuin wordt overdag ook door de bezoekers van de dagopvang gebruikt. In het interieur is juist gestreefd naar eenheid. De dagopvang is op de begane grond gevestigd. Een centrale hal vormt het hart van het gebouw. Alle ruimtes komen hierop uit. Vanuit de hal gaat een trap omhoog naar de appartementen. Door de ruime en hoge opzet is het niet slechts een kruispunt van ‘verkeers- stromen’ maar fungeert deze hal ook als ontmoetingsplek. Op de verdiepingen bevinden zich de appartementen. Ook boven valt op hoe genereus met de ruimte is omgegaan. De gangen zijn opvallend breed en ruim bemeten. De appartementen zijn allemaal verschillend qua grootte en vorm. Ze zijn logisch en handig ingericht, waardoor het zelfstandig wonen op een kleine oppervlakte ook echt mogelijk is. De duurzaamheidmaatregelen zoals vloerverwarming en een koude-warmteopslag zorgen voor een constante temperatuur, een energiezuinig en onderhoudsarm gebouw.

De Villa lijkt door alle betrokken partijen met een grote zorgvuldigheid, toewijding en liefde gemaakt en onderscheidt zich hiermee van veel andere zorggebouwen, aldus de jury. Het grote bouwvolume is met souplesse tussen de andere bebouwing aan de Zutphensestraat neergezet. De jury is onder de indruk van de ruimtelijkheid, de overmaat in de verkeersruimten en de verfijnde materiallisering die de architect ondanks de knellende zorgbudgetten heeft gerealiseerd. De menging en ontmenging van de twee gebruikersgroepen is op een knappe, vanzelfsprekende manier tot stand gebracht zonder dat het gebouw uiteen valt in twee verschillende delen. Het wonen aan de tuin is door de aangename houten veranda’s maximaal uitgebuit. De opmerking van Van Kampen dat zorgvuldige architectuur bijdraagt aan het welzijn en de zorgvraag vermindert heeft zich de afgelopen maanden in De Villa bewezen.

Apeldoorn is een stad met veel zorginstellingen binnen de grenzen van haar gemeente. De bouw van zorginstellingen is een belangrijke, maatschappelijke opgave. De jury vindt de Villa een voorbeeldig project, waaraan zij met grote waardering de Architectuurprijs Apeldoorn toekent. Zij prijst de architect en de opdrachtgever om hun doorzettingsvermogen en toewijding waardoor de ambitie een gebouw neer te zetten dat bijdraagt aan het welzijn en de zorgvraag vermindert, is waargemaakt. De jury moedigt ’s Heeren Loo aan ook in toekomstige projecten de hier getoonde ambitie aan de dag te leggen. Zij hoopt dat de toekenning andere zorginstelling binnen en buiten de gemeentegrenzen inspireert om hun bouwopgave met even veel liefde, zorg en ambitie aan te pakken.

 

LIJST VAN INGEZONDEN PROJECTEN

1

‘DE VILLA’, DAGOPVANG & APPARTEMENTEN

Architect: Bart van Kampen, Architectenbureau De Zwarte Hond, Rotterdam

Opdrachtgever: ’s Heeren Loo, Apeldoorn

Hoofdaannemer: Bouwonderneming Veeneman, Apeldoorn

2

WERKGEBOUW POST ZUID

Architectencombinatie: Lars Courage, Courage architecten, Apeldoorn en Michel Richter, Mies Architectuur, Ede

Opdrachtgever: Gemeente Apeldoorn

Hoofdaannemer: WBC Bouwgroep, Winterswijk

3

BIO-KLIMATISCH HUIS

Architect: Frank Marcus, Frank Marcus architecten, Leeuwen

Opdrachtgever: Robert de Rijk, Evelien Klunder

Hoofdaannemer: Horstink Kwaliteitsbouwers, Twello

4

WONING UGCHELEN

Architect: Frank Vijftigschild, Maas architecten, Lochem

Opdrachtgever: G. Veluwenkamp, Ugchelen

Hoofdaannemer: Dijkhof Bouw, Klarenbeek

5

APPARTEMENTENGEBOUW DE EIK IN WOONPARK DE GROENE HOVEN

Architect: Anet Schurink, GSG Architecten Apeldoorn

Opdrachtgever: De Woonmensen / Landstad Projecten CV

Hoofdaannemer: Dura Vermeer Groep, Rotterdam

6

BEDRIJFSGEBOUW BREUSTEDT CHEMIE

Architect: Lars Courage, Courage architecten Apeldoorn

Opdrachtgever: S3 Vastgoed, Apeldoorn

Hoofdaannemer: Aan de Stegge Bedrijfshuisvesting Twello

7

WONINGBOUW DE VLIJT

Architect: Hanneke Rinkel en Margret Drok, Sacon bureau voor architectuur, stedenbouw en landschap, Zwolle

Opdrachtgever: VOF Bouwfonds/Nikkels

Hoofdaannemer: Nikkels Bouwbedrijf, Twello

8

NIEUWBOUW DATACENTER ECOFACTORIJ

Architect: Mike Klerks, Mike Klerks Architecten, Den Haag

Opdrachtgever: ITB Kwadraat, Apeldoorn

Hoofdaannemer: Bouwmaatschappij Ufkes, Apeldoorn

9

RENOVATIE EN UITBREIDING WINKELCENTRUM DE EGLANTIER

Architect: Jos van Eldonk, Soeters Van Eldonk architecten, Amsterdam

Opdrachtgever: Holland Property, Rotterdam

Hoofdaannemer: Aannemingsmaatschappij Hegeman, Nijverdal

10

WONINGBOUW DE BOOG

Architect: Wendy Voorwinde en Marie-José Rijnvos, Rijnvos

Voorwinde Architecten, Rotterdam

Opdrachtgever: De Woonmensen

Hoofdaannemer: Nijhuis Bouw, Apeldoorn

11

ACHMEA CAMPUS

Architect: Erik Wiersema, ADP architecten, Amsterdam

B + B architecten, Amsterdam

Opdrachtgever: Achmea, Apeldoorn

Hoofdaannemer: van Wijnen, Arnhem

12

CATHARINA AMALIAPARK EN PARKEERGARAGE BRINKPARK

Architecten: Martin Knuijt en Arjan Leenstra, OKRA landschapsarchitecten, Utrecht; Bas Symons, Zwarts en Jansma architecten, Amsterdam

Opdrachtgever: Gemeente Apeldoorn

Hoofdaannemer: BAM civiel, Gouda

13

CAFÉ RESTAURANT DE BOSCHVIJVER, PARK BERG EN BOS

Architect: Frank Vijftigschild, Maas Architecten, Lochem

Opdrachtgever: J.C. Wentink, Apeldoorn

Hoofdaannemer: A. van Engelenhoven en Zonen, Ede

14

WONINGBOUW ZUIDBROEK

Architect: Pieter Bedaux, Bedaux de Brouwer Architecten, Goirle

Opdrachtgever: Le Clerq Planontwikkeling, Deventer

Hoofdaannemer: Nikkels Bouwbedrijf, Twello

15

WOONHUIS CO2 NEUTRAAL

Architect: Arnoud Gobas, GOBAS Architecten, Apeldoorn

Opdrachtgever: familie P. Kok, Apeldoorn

Hoofdaannemer: Bouwbedrijf Reurink, Epe

16

NIEUWBOUW CLUB HUIS APELDOORN KYNOLOGEN CLUB

Architect: Aad Witteveen, Witteveen Architecten, Apeldoorn

Opdrachtgever: bestuur AKC

Hoofdaannemer: Aannemingsbedrijf Geerdink, Loenen

17

RENOVATIE EN VERBOUWING WOONHUIS EN BIJGEBOUW

Architect: AAd Witteveen, Witteveen Architecten, Apeldoorn

Opdrachtgever: P. Zwaan en B.T. van Maldegem

Hoofdaannemer: Aannemingsbedrijf M.G. Wolfswinkel, Hoenderloo

18

WOONHUIS LOENEN

Architect: Michael de Vos, De Vos Architecten, Loenen

Opdrachtgever: familie H. Boertjens

Hoofdaannemer: ISB, Group

27scannen0001

foto Harry Noback

foto Harry Noback

 

Architectuur in de binnenstad

Architectuurroute Stedendriehoek

Het voorjaar komt eraan, dus zin en tijd om op een mooie zonnige dag de architectuurroute Stedendriehoek met de fiets of auto te gaan rijden! Bouwhuis beschikt over de architectuurrouteboekjes, maar het is ook mogelijk de tocht af te leggen … (lees verder)

Voorjaar 2018: Nieuwe uitgave Wijk in Beeld verwacht over de transformatie van de Kanaaloevers

In dit nieuwe boek in de serie Wijk in Beeld

vogelvlucht Stadskade

Spoorbrughof

staan de “Kanaaloevers” centraal; het, tussen de Apeldoornse brug en de spoorbrug gelegen middendeel van de kanaalzone; aan de westzijde, op de centrumoever,  begrensd door de Stationstraat … (lees verder)

RECENTE ARCHITECTUUR IN HET ROOSTER ZUIDBROEK

BASISSCHOOL DIAMANT APELDOORN
 Ontwerp: MTB Architecten

foto: Harry Noback

 … (lees verder)

NIEUWSTE ARCHITECTUUR APELDOORN NOVEMBER 2017

winkel en appartementen, hoek Asselsestraat/Roggestraat Apeldoorn
ontwerp: Lars Courage

 

 

 … (lees verder)

Bouwhuiscafé dinsdag 12 december 2017 20.00 uur : presentatie Multifunctioneel landschapsontwerp Park Zuidbroek

Thema: SPECTACULAIR ONTWERP MULTIFUNCTIONEEL KUNSTWERK IN PARK ZUIDBROEK

 

Het aantrekken van de woningmarkt en nieuwe ontwikkelingen in de wijk Zuidbroek zijn voor Bouwhuis aanleiding om in de komende maand december en in februari 2018 extra aandacht aan deze wijk … (lees verder)