Het juryrapport voor de Architectuurprijs 2012
Apeldoorn
2011
3
en stedenbouwkundige projecten, kunstwerken en inrichting
van de openbare ruimte. De prijs is een initiatie f van Westpoort Notariaat ,
de gemeente Apeldoorn, Het Bouwhuis centrum voor mens & gebouwde
omgeving en de BNA-kring Stedendriehoek. De inschrijving staat open voor
alle projecten die zijn opgeleverd tussen 1 juli 2008 en 30 juni 2011 en
nog niet eerder zijn ingezonden.
is een jaarlijkse prijs voor architectonische
van de Architectuur, welke gehouden wordt op vrijdag 25 november 2011 in het
Congrescentrum Orpheus te Apeldoorn. De prijswinnaar ontvangt een door de
Apeldoornse kunstenaar Ferry Staverman ontworpen kunstwerk. In overleg met de
architect zal op het winnende gebouw een herinneringsplaquette worden aangebracht.
De vakjury van de Architectuurprijs bestaat traditioneel uit architecten, stedenbouwkundigen,
landschapsarchitecten en kritische deskundigen, die gezamenlijk een
brede vertegenwoordiging van het vakgebied vormen. De samenstelling van de jury
in 2011 is als volgt:
| projectontwikkelaar/juryvoorzitter
| architect
| architect
| architectuurhistoricus
| architect
| architect
Geert Jan Jonkhout, rayonarchitect bij het Gelders Genootschap, verzorgde de
voorafgaande inventarisaties en adviseerde de jury. Dankzij hem werd de jury geinformeerd
over de context en ontstaansgeschiedenis van projecten. Daarvoor veel dank.
De jury is twee keer bij elkaar geweest. Op 6 september 2011 zijn 28 projecten in
een eerste ronde beoordeeld op basis van ingezonden fotomateriaal, een plantoelichting
en tekeningen. Bij deze bijeenkomst zijn negen projecten geselecteerd, die
op 4 oktober 2011 zijn bezocht.
Vervolgens heeft de jury de bezochte plannen uitgebreid besproken en gewogen.
Uiteindelijk heeft dit geleid tot het selecteren van twee genomineerde projecten,
waarvan één de winnaar is.
| landschapsarchitect
Bezoek aan de projecten
12
16
24
15
4
verwelkomen. Na het vertrek van Frank Meijer en Theo Reitsema vorig jaar,
traden landschapsarchitect Maike van Stiphout en architect Marc Reniers
toe tot de jury. Samen met voorzitter Edwin Oostmeijer (projectontwikkelaar),
Hans van den Dobbelsteen (architect), Jenny van Heeringen (architect),
Pau l Diederen (architect) en Cat ja Edens (architectuurhistoricus) hebben zij
zich gebogen over het aanbod van projecten voor de Architectuurprijs
Apeldoorn 2011.
Apeldoorn bij deze editie opnieuw verrast door het interessante en gevarieerde
aanbod van projecten voor uiteenlopende doelgroepen op allerlei plekken in
de stad. Aan de ruimtelijke ontwikkeling van Apeldoorn wordt nog altijd consistent
doorgewerkt, zo blijkt. Toch zijn ook in Apeldoorn de gevolgen van de economische
neergang voelbaar – niet in de laatste plaats doordat het gemeentelijk grondbedrijf
dit jaar onder vuur kwam te liggen door een omvangrijk verlies. Inmiddels is een
onderzoek gaande naar het reilen en zeilen van het grondbedrijf en de wijze waarop
de gemeenteraad daarover in het verleden werd geïnformeerd.
Ondanks dit alles lukt het de gemeente Apeldoorn toch om vast te houden aan
de hoogwaardige koers die de afgelopen tien jaar is ingezet op het gebied van
de ruimtelijke ontwikkeling. De basis daarvoor is een reeks van doortimmerde gebiedsplannen
en structuurvisies voor stad en omgeving. Op een hoger schaalniveau
werkt de gemeente met de Regionale Structuurvisie De Voorlanden Stedendriehoek
2030. Deze biedt een basis voor de ontwikkeling van Apeldoorn in zijn grotere context,
in samenhang met de steden Deventer en Zutphen en de landelijke omgeving.
Uitgangspunt daarbij is de waarde van de verschillende regionale landschapstypen
zoals de Veluwe, de IJsselvallei en het half open coulissenlandschap.
Daarnaast werden het afgelopen decennium lange lijnen uitgezet binnen de grenzen
van de gemeente Apeldoorn. Natuurlijk gaat het daarbij om ontwikkelingen in de bestaande
stad, maar daarnaast zijn er ook twee uitbreidingsgebieden. In Zuidbroek,
een nieuwe woonwijk ten noordoosten van Zevenhuizen, zullen volgens plan 3100
nieuwe woningen worden gerealiseerd waarvan het eerste deel, ’t Mozaïek (± 1300
woningen), inmiddels is uitgevoerd. Een ander uitbreidingsgebied is de Ecofactorij,
een duurzaam industrieterrein in de oksel van de A1 en de A50 waar zich op dit
moment al een aantal bedrijven heeft gevestigd.
Maar het zijn in de ogen van de jury toch vooral de visies en plannen voor de bestaande
stad waarmee Apeldoorn haar zelfbewustzijn en de visie op de eigen identiteit
manifesteert. Al eerder werd op deze plaats stil gestaan bij de plannen voor
de Binnenstad, de Kanaalzone, de Zuidwestpoort als stedelijke toegangsroute, de
Prins Willem Alexanderlaan en het Apeldoorns waterplan 2005-2015 Werken aan
Water. Al deze plannen bieden een solide basis voor het werken aan de stad. Daarmee
wil Apeldoorn zich blijven ontwikkelen als regionaal centrum, echter zonder dit
te bekopen met het verlies van de eigen historische en natuurlijk identiteit. De jury
heeft grote waardering voor deze houding.
Evenals bij eerdere edities hebben de juryleden van de Architectuurprijs Apeldoorn
elkaar ook dit jaar bij twee afzonderlijke gelegenheden getroffen. De eerste keer
werd op basis van de ingezonden documentatie bepaald aan welke projecten een
bezoek zou worden gebracht. De tweede keer maakte de jury een rondrit langs
deze geselecteerde projecten en voerde zij aansluitend het finale juryoverleg. Bij
die gelegenheid kwam de jury tot een opmerkelijke besluit. Zij koos ervoor om dit
jaar slechts twee projecten te nomineren voor de Architectuurprijs Apeldoorn.
Het is belangrijk om hier voorop te stellen dat de keuze voor slechts twee nominaties
niet voort is gekomen uit ontevredenheid over de gemiddelde kwaliteit van de
deelnemende projecten. Die kwaliteit was zeker op hetzelfde niveau als de voorgaande
twee edities, wat gezien de effecten van de crisis, een mooie prestatie is.
Nee, met haar keuze om slechts twee projecten te nomineren, wil de jury juist haar
specifieke waardering uitspreken voor deze projecten en hun betekenis voor de
stad Apeldoorn.
Voor beide projecten geldt namelijk dat het uitzonderlijke prestaties zijn, elk aan het
uiterste einde van het spectrum van bouwopgaven. Het ene project is van een type
dat maar zelden te vergeven is in Nederland en waarvoor een ruim budget beschikbaar
was. Het andere project betreft een opgave die in alle steden van Nederland
veelvuldig voorkomt en die meestal met een bescheiden budget moet worden
uitgevoerd. Op volstrekt uiteenlopende wijzen en elk binnen de specifieke mogelijkheden
van de opgave, bereiken de twee genomineerde projecten een niveau dat
hen boven de feitelijke vraag doet uitstijgen en exemplarisch maakt.
Velsen en de renovatie van de jaren zestig flat Moerbosch door Hans van Heeswijk
architecten
Deze toelichting namens de jury, gaat in op de beide genomineerde projecten,
maar ook op de omgeving waarin deze projecten tot stand kwamen. Dit wil niet
zeggen dat over andere geselecteerde projecten niets te zeggen valt. Daarover
spreekt de jury zich elders in deze publicatie nog uit. En het wil evenmin zeggen
dat andere delen van Apeldoorn niet interessant of belangrijk zouden zijn. Wel biedt
het nomineren van het nieuwe entreegebouw voor Paleis het Loo en de renovatie
van de jaren zestig flat Moerbosch een mooie gelegenheid om stil te staan bij twee
interessante delen van de stad die kenmerkend zijn voor Apeldoorn en de ruimtelijke
benadering die hier gekozen wordt.
De flat Moerbosch bevindt zich in de wijk Zevenhuizen in het noordoosten van
Apeldoorn. Al jaren wordt hard gewerkt aan de transformatie van deze wijk uit de
jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Het is dus ook niet toevallig dat de
jury deze editie nog drie andere projecten in Zevenhuizen voor een bezoek selecteerde.
Het waren de nieuwbouwwoningen ’t Podium van Groosman
Partners, appartementengebouw ‘t Podium van Rijnvos Voorwinde Architecten en
woonzorgcomplex De Geode aan de Rigolettostraat van Courage Architecten –
alledrie symbolisch voor de nieuwe toekomst waaraan Zevenhuizen inmiddels
is begonnen.
Ooit werd deze wijk ontwikkeld als broodnodige uitbreiding van de Apeldoornse
woningvoorraad. Met de komst van grote bedrijven en instellingen zoals TNO,
Philips, de belastingdienst en het kadaster in de jaren zestig en zeventig, groeide
Apeldoorn binnen korte tijd uit van een dorps plaatsje tot een flinke provinciestad.
Zevenhuizen werd de eerste grootschalige nieuwbouwwijk op modernistische leest.
De eerste bebouwing vond plaats in deelgebied Anklaar dat het verst verwijderd
lag van het stadshart. Daar verrees modernistische woningbouw in stempels, een
reeks van hoge woonflats en werd het stadsdeelcentrum gerealiseerd. Daarna volgden
de andere deelgebieden: Sprenkelaar in het oosten, de Mheen in het zuiden,
en Sluisoord waar ook flat Moerbosch is gelegen, in het westen. Toen Apeldoorn
rond 2000 de balans opmaakte in Zevenhuizen, was duidelijk dat een deel van de
woningvoorraad aan vervanging toe was. Ook waren veel van de voorzieningen in
de wijk niet meer up to date. Daarnaast had de openbare ruimte, net als in veel
andere naoorlogse wijken, een rommelig en diffuus karakter. In 2002 presenteerde
de gemeente daarom een Wijk Ontwikkelingsplan (WOP).
In de transformatie van Zevenhuizen nam de gemeente vanaf het begin een sturende
rol op zich – niet alleen voor het proces maar ook voor de beeldkwaliteit. Een
sterk punt is dat daarvoor de originele modernistische structuur en bebouwing als
uitgangspunt werd genomen. Daardoor vond er geen radicale omslag plaats, maar
konden het bestaande en het nieuwe een organisch nieuw geheel gaan vormen.
Haar rondrit door Zevenhuizen bracht de jury ook in de omgeving van de Tannhauserstraat.
In directe nabijheid van het gerenoveerde flatgebouw De Valk, dat
enkele jaren geleden nog mee mocht dingen naar de Architectuurprijs Apeldoorn,
is inmiddels woonbuurt ’t Podium verrezen. Op de plaats waar vroeger vijf flats
stonden met elk honderd woningen voor de onderkant van de woningmarkt, staan
inmiddels eengezinswoningen met gebouwd parkeren. Evenals de renovatie van De
Valk, nam het bureau Groosman en Partners (opvolgers van Ernest Groosman, de
architect van de oorspronkelijke woonflats) het ontwerp van deze woningen voor
zijn rekening. Onderdeel van de buurt is ook een aantrekkelijk appartementencomplex,
ontworpen door bureau Rijnvos en Voorwinde. De jury heeft waardering voor
deze projecten, als goede en aandachtig ontworpen aanvullingen op de wijk Zevenhuizen.
De groene, autovrije binnenstraten en het gebouwde parkeren vormen een
hedendaagse, maar niet wezensvreemde aanvulling op het aanbod in Zevenhuizen
en voegen zich in stedenbouwkundig opzicht goed in de context.
Interessant op deze plek in de wijk is ook de nabijgelegen Rigolettostraat, waar de
modernistische stedenbouwkundige structuur van de wijk ophoudt en een meer
dorpse structuur van vrijstaande woningen met zadeldaken begint. Precies op deze
plek realiseerde Courage architecten De Geode, een woonvoorziening voor 22
jonge mensen met een verstandelijke handicap, een gemeenschappelijk initiatief
van corporatie De Woonmensen, Stichting de Passerel en een groep ouders. Het
gebouw biedt plek voor twaalf bewoners in twee woongroepen op de begane
grond en nog eens tien bewoners die met begeleiding zelfstandig kunnen wonen
op de verdieping. Interessant is dat het gebouwontwerp zich volledig onttrekt aan
stereotypen voor dit type opgave, zowel in de vormgeving van staal en glas als
in de interne organisatie. Door het gebouw ten opzichte van de straat onder een
hoek te plaatsen, ontstaat een getande gevel die enerzijds privacy garandeert voor
bewoners en omwonenden en anderzijds de breuklijn in het stedenbouwkundig
patroon markeert.
inspirerende basis.
Het tweede genomineerde project van de Architectuurprijs Apeldoorn 2011 is het
Entreegebouw voor Paleis het Loo. Het is gelegen in het noorden van Apeldoorn,
waar de stad grenst aan de uitgestrekte bossen van de Veluwe, het grootste
aaneengesloten natuurgebied van noordwest Europa. Ook aan dit deel van de stad
wordt de laatste tien jaar flink gewerkt, maar het verschil met de wijk Zevenhuizen
kon nauwelijks groter zijn. Hier gaat het niet om de renovatie van naoorlogse woningbouw
en het vinden van oplossingen voor sociale problematiek, maar om het
beschermen van natuurwaarden, het omgaan met levend erfgoed en het bewaken
van de historisch gegroeide identiteit van Apeldoorn.
Paleis Het Loo met zijn beroemde tuin en park verleent Apeldoorn al sinds eeuwen
zijn status en uitstraling en het is dan ook niet toevallig dat vlakbij de lommerrijke
villawijk Berg en Bos gelegen is, met het gelijknamige park en de Apenheul. In de
editie van vorig jaar behoorde De St@art, het nieuwe entreegebouw voor de Apenheul
waarin ook het Natuurhuis gevestigd is, tot de inzendingen. Dit jaar kon het
aanpalende Park Berg en Bos meedingen naar de prijs. Het werd in 2010/2011
gerenoveerd en in volle glorie werd hersteld.
Voor wie Park Berg en Bos bezoekt, is het interessant om te weten dat het ooit
onderdeel was van de plannen voor de gelijknamige woonwijk. Door de gevolgen
van de crisis in de jaren dertig zijn de lanen met woningen die hier ooit gepland
waren, er echter nooit gekomen. Alleen de wegenstructuur die nog altijd vanuit de
wijk Berg en Bos doorloopt in het park, herinnert aan de oorspronkelijke ideeën.
Villa’s en huizen werden er niet gebouwd, maar aan de zuidkant van het gebied
werd wel een bijzonder parklandschap aangelegd, als werkverschaffingsproject in
de jaren dertig.
Dit romantische wandelpark met vijver en sprengvallei bood een passende omgeving
voor allerlei festiviteiten zoals de succesvolle bloemententoonstellingen
die hier na de oorlog werden gehouden. Het was jarenlang een geliefde plek om
te wandelen, te verpozen in de theetuin en te spelevaren in de vijver, met in de
hoogtijdagen het klank- en lichtspel Lumido waar het publiek van heinde en verre
op af kwam. In de loop der jaren raakte het park echter steeds verder aan slijtage
onderhevig. Om verzakking te voorkomen waren overal rondom de centrale vijver
perkoenpaaltjes gebruikt, die samen met ‘rustieke’ houten hekken het beeld waren
gaan bepalen. Ook gingen uitzichten en doorzichten ten onder en werden de
Even ten westen van ’t Podium en de Rigolettostraat bevindt zich de Gentiaanbuurt
die zich kenmerkt door vergelijkbare ruimtelijke kenmerken en problemen
als andere plekken in Zevenhuizen. In plaats van sloop, zoals in de omgeving van
de Tannhauserstraat, is hier echter voor renovatie gekozen. De Moerboschflat is
de eerste van drie flatgebouwen in de Gentiaanbuurt waaraan groot onderhoud is
gepleegd (o.m. vervanging van sanitair, keuken, en verwarming) in combinatie met
een ingrijpende renovatie van het gebouw zelf. Typisch voor de geïntegreerde aanpak
in heel Zevenhuizen is dat tegelijkertijd ook de openbare ruimte is aangepakt:
waar nodig werd de structuur aangepast, groenvoorzieningen en speelruimtes zijn
verbeterd of vernieuwd en straten en stoepen werden gerepareerd. Het hele proces
ging bovendien samen met een sociaal traject gericht op het versterken van
onderlinge contacten en leefbaarheid in en om de flats. Bijzonder aan dit project is
ook dat de bewoners in hun woning konden blijven tijdens het groot onderhoud en
renovatiewerkzaamheden.
Het bezoek aan de Moerboschflat overtuigde de jury moeiteloos van de grote
kwaliteiten van dit project. Hier is de architect erin geslaagd om met enkele goed
gerichte ingrepen een metamorfose te bewerkstelligen en het flatgebouw aantrekkelijk
te maken voor zowel de bewoners als de omgeving. Om te beginnen is de
gesloten liftwand naast het centrale trappenhuis vervangen door een glazen gevel.
Daarmee zijn nu de bewegende liften zichtbaar vanuit de omgeving en ontstaat in
de lift een interessant uitzicht. Bovendien werkt de verlichte schacht ’s avonds als
een lantaarn die het hele gebouw zichtbaar maakt en ook de omgeving en de
voordeur aanlicht. De centrale entree kreeg een dubbele hoogte, wat meer
zichtbaarheid en uitstraling verleent.
De oorspronkelijke bergingen waren een probleem wat betreft sociale controle en
beheersbaarheid. Door ze eenvoudig te hergroeperen, maakte de architect zeventien
ontsluitingsgangen dwars door het gebouw. In combinatie met de frisse kleur
van gangen en bergingsdeuren zorgen de glazen toegangsdeuren zowel overdag
als ’s avonds voor een levendige aanblik.
Een andere belangrijke aanpassing heeft plaats gevonden aan de noordelijke gevel,
waar het flatgebouw grenst aan het groen. Voorheen was dit een unheimische zone
waar sociale controle ontbrak. Door de woningen op de eerste etage te voorzien
van een eigen toegangstrap, ontstond hier een nieuwe straat met tien grondgebonden
woningen. Door het gepleegde onderhoud aan het groen, beschikken ze nu
ook over een aantrekkelijke ligging aan het groen en het water. Kenmerkend voor
dit project is een houding die vergelijkbaar is met die voor de aanpak van
formeel Masterplan maakte voor het gebied, vormde zijn ontwerp wel de basis
voor alle vernieuwingen, reconstructies en aanpassingen die sindsdien werden
uitgevoerd. Bovendien maakte Van Gessel in 2005 ook het ontwerp voor de
verbinding tussen de Paleistuin en het Paleispark waarvoor de centrale as vanuit de
tuin in het landschap wordt voortgezet.
Een van de projecten die ook voor de Architectuurprijs Apeldoorn werden
ingezonden is de folly die architect Peter Sas hier, in samenwerking met Michael
van Gessel, realiseerde. Het bouwwerk werd geplaatst op de Koningslaan die ooit
vanaf Paleis Het Loo naar Amsterdam voerde. Op de plek waar de route al lang
geleden door de aanleg van de provinciale weg werd afgesneden, is nu de folly
geplaatst als toegevoegd eindpunt. Het is een slanke houten toren die door de
toepassing van talrijke lange houten palen en een breed dakoverstek enigszins
Aziatisch aandoet; een raadselachtige verschijning die de jury niet volledig kan
overtuigen. Zo is de toevoeging van staal in de houten constructie een onzuivere
keuze volgens de meeste juryleden. En het irriteert sommigen dat het betreden
van het paviljoen niets oplevert: je kunt er niet zitten en er zijn geen bijzondere
vergezichten. De juryleden vragen zich af waarom de folly hier staat en wat de
wandelaar er eigenlijk mee moet, waarmee de toren zijn identiteit als folly in elk
geval ruimschoots heeft bewezen.
Het tweede genomineerde project van de Architectuurprijs Apeldoorn bevindt
zich op een heel wat drukker bezochte plek bij Paleis Het Loo. Bij de entree met
parkeerplaats is sinds mei 2011 het nieuwe entreegebouw van Koen van Velsen
in gebruik genomen. Het bezoek dat de jury hier bracht was voor iedereen een
onverdeeld plezier en genoegen.
paden in de loop der tijd steeds smaller door het groen dat niet goed in toom werd
gehouden.
Het belangrijkste doel van de herstructurering en renovatie van Park Berg en Bos
was de oorspronkelijk kwaliteiten van het park weer naar boven te halen en de
routing te verbeteren, met name die naar de Apenheul met jaarlijks ca. 400.000
bezoekers. Het resultaat is een park dat de bezoeker tegemoet komt. Een heldere
routing over asfaltpaden voert ofwel direct naar de entree van de Apenheul ofwel
langs uitkijkpunten en bezienswaardigheden in het park, zoals de monumentale
stenen bank waar Koningin Wilhelmina vaak zat te schilderen. Ook zijn de perkoenpaaltjes
verdwenen. Gestapelde graszoden zorgen nu voor natuurlijk hellende
niveauverschillen die naar gelang de bezonning met gras of met mos begroeid
zullen raken.
Hoewel niet alle juryleden zich kunnen vinden in materiaalkeuzes en detaillering, en
er ook op de ruimtelijke inpassing van De St@art wel wat aan te merken valt, is de
jury toch aangenaam verrast door de renovatie van Park Berg en Bos. Dit project
laat zien wat de waarde is van cultuurhistorisch onderzoek, aandachtig landschapsontwerp
en niet in de laatste plaats: een lange adem. Uiteraard is de jury ook
benieuwd naar de ontwikkeling van het kassaplein dat ten tijde van het bezoek nog
niet was gerealiseerd. Hoe zullen bezoekers straks worden ontvangen en wat gaat
er bijvoorbeeld gebeuren met het oude ‘theehuis’ vlakbij de entree? Hoe dan ook
komt de grootste kwaliteit van Park Berg en Bos nu weer tot zijn recht: de prachtige
groene omgeving die geleidelijk overgaat in de natuur van de Veluwe.
Deze natuurlijke omgeving is ook een van de grote kwaliteiten van Paleis Het Loo,
met bijbehorende tuin en park. Na het overlijden van Koningin Wilhelmina, die het
Paleis als zomerresidentie gebruikte, werd het in 1984 opengesteld voor het grote
publiek als Nationaal Museum. Daarvoor werden paleis en tuin zoveel mogelijk
teruggebracht naar het oorspronkelijke zeventiende eeuwse ontwerp, zoals dat in
opdracht van Stadhouder Willem III in 1685 tot stand was gekomen.
Sindsdien is Paleis het Loo het beste Nederlandse voorbeeld van een vorstelijk
verblijf uit de tweede helft van de zeventiende eeuw en een geliefde bezienswaardigheid
voor binnen- en buitenlandse bezoekers. Dit is niet in de laatste plaats
vanwege de formele zeventiende eeuwse tuin met zijn symmetrische aanleg waarin
standbeelden en fonteinen een prominente rol spelen. Voorbij de grenzen van de
tuin strekt het Paleispark zich uit dat samen met de uitgestrekte bossen en heidevelden
van de Koninklijke Houtvesterij, Kroondomein Het Loo vormt.
Het was landschapsarchitect Michael van Gessel aan wie in het jaar 2000 werd
FLAT MOERBOSCH GENTIAANSTRAAT
ARCHITECTUURPRIJS APELDOORN NACHT VAN DE ARCHITECTUUR 2011
kelder bevindt zich het hoogwaardige nieuwe kostuumdepot dat niet toegankelijk is
voor bezoekers. De grootste verrassing is de open filmzaal naast de entree. Een
tribune, vormgegeven als luie trap, richt de blik niet op een projectiescherm zoals
de bezoeker zou verwachten, maar op een royaal bemeten raam dat zicht biedt
op het achtergelegen natuurschoon. Aan de andere zijde van het glas weerspiegelt
zich dezelfde luie trap, maar nu bekleed met gras en mos, met daarachter het
prachtig decor van de Veluwe. Hier heeft de bezoeker de gelegenheid om een
introductiefilm te bekijken die permanent op de wand boven het raam wordt
vertoond, terwijl de gespiegelde trap de blik tegelijkertijd naar buiten laat weiden.
De gespiegelde werkelijkheid van deze binnen en buitenruimte abstraheert de
thematiek van het koninklijk complex en de wijze waarop de bezoeker deze kan
ervaren. Het entreegebouw met zijn graduele overgangen van binnen naar buiten,
vormt een passende toegang tot paleis, tuin, park en kroondomein, een complex
van binnen- en buitenruimtes dat stapsgewijs opgaat in zijn natuurlijke omgeving.
Het entreegebouw van Het Loo kenmerkt zich door zijn ingetogen allure. Het is
in al zijn facetten van een ongekend hoge kwaliteit. Het is dan ook met groot
genoegen dat de jury van dit gebouw uitroept tot winnaar van de Architectuurprijs
Apeldoorn 2011.
ontwerpen. Het oude kassahuisje was versleten en voldeed niet meer aan de Arboeisen.
De opdracht voor een nieuw entreegebouw voor de kassa en publieksvoorzieningen
werd gecombineerd met die voor een nieuw depot voor de kostuumcollectie
van het museum.
Van Velsen koos voor zijn entreegebouw een andere plaats dan die van het oorspronkelijke
paviljoentje voor de kaartverkoop. Door het gebouw op enige afstand
van het symmetrische stallencomplex te plaatsen, vormt het een duidelijke beëindiging
van de as naar het Paleis. Daarmee fungeert het als scharnierpunt tussen het
Paleis en het Paleispark, de parkeerplaats en het Kroondomein.
Het gebouw zelf is een chique verschijning die de jaren waarin entreekaartjes
werden verkocht in een ‘koekoeksklokachtig’ kassahuisje voor altijd doet vergeten.
Het verfijnd gematerialiseerde, luchtige bouwwerk is opgetrokken uit glas, natuursteen
en staal. Met de bronskleur van de elegante hekwerken aan de buitenzijde
voegt het zich prachtig in zijn omgeving – veel beter dan mogelijk was geweest
met de toepassing van materialen die letterlijk aansluiten bij de natuur zoals hout.
Door zijn ruimtelijke organisatie introduceert het gebouw een passend ceremonieel
bij het betreden van de koninklijke terreinen. In een vrije improvisatie op het
Barcelonapaviljoen van architect Mies van der Rohe, kreeg het een voorplein waar
bezoekers op mooie dagen kunnen verpozen op de verzonken banken.
Landschapsarchitect: Paul Achterberg van Quadrat, atelier voor stedebouw,
landschap en architectuur, Rotterdam
Architect: H.R.C. Frencken van Frencken Scholl Architecten, Maastricht
Opdrachtgeverschap, Zonne Entree
Rotterdam
Apeldoorn
Apeldoorn
ARCHITECTUURPRIJS APELDOORN NACHT VAN DE ARCHITECTUUR 2011 19
plattegrond extra op. Er was heel veel kwaliteit gewonnen, indien de totale woning
een meter dieper was geweest.
kwetsbare bewoners in staal te ontwerpen. Het getuigt niet alleen van lef van de
architect, maar vooral ook van de opdrachtgever. Wat de jury betreft pakt deze
keuze goed uit. Het gebouw heeft een prettige uitstraling en de oranje kleuraccenten
vormen een mooie aanvulling. Het is knap om met staal een warm aandoend
gebouw te maken.
Stedenbouwkundig maakt het ontwerp goed gebruik van de ruimte en de aanwezigheid
van een grote plataan. De inrichting van het buitengebied op het maaiveld
is helaas wat mager uitgevallen. De jury is wel enthousiast over de sympathieke
bovenstraat voor de woningen op de verdieping. Het interieur heeft een prettige
uitstraling, de plattegronden zijn helder en informeel, hoewel er nog wat afstemming
tussen gebruik en ruimte moet worden gevonden.
entreegebouw situeerde aan het eind van de as richting het Paleis. Daarmee blijft de
symmetrie van het stallencomplex intact en fungeert het als scharnierpunt tussen
het Paleis en het Paleispark, de parkeerplaats en het Kroondomein.
Het gebouw zelf is een prachtige ‘route architecturale’; een fraaie opeenvolging
van ruimtelijke belevingen. Tot in de perfectie gedetailleerd, waarbij de jury vooral
veel waardering heeft voor de wijze waarop materiaal, ruimte, textuur en kleur bijna
een fusie aangaan met de natuurlijke omgeving. Het resultaat is chique, sereen en
subliem, en van internationale allure.
ook een toelichting gegeven door bewoners, opdrachtgever of ontwerper. (…) In de
loop van de dag kwamen ook een aantal thema’s bovendrijven die een leidraad boden
bij de eindbeoordeling
Deze thema’s waren:
Welk project zet Apeldoorn nu echt op de kaart ?
Wat geeft een gebouw terug aan de stad, de plek of de buurt ?
Hoe is omgegaan met de entree, de overgang van openbaar naar privé, van buiten
naar binnen ?
Is het ambacht van architect af te lezen aan het eindresultaat ?
Na rondgang heeft de jury, voordat zij zich heeft gewaagd aan een beoordeling, uitgebreid
stilgestaan bij de alle projecten. Vervolgens zijn de genomineerde projecten
aangewezen, waaruit de winnaar is gekozen.
woningen met de woonkamer op de eerste verdieping, beschikken over een
groot dakterras, gelegen boven de parkeerplaatsen. De woonplattegronden zijn op
zichzelf niet zo bijzonder. De maatvoering van de woning is op alle fronten net iets te
krap. Het luxueuze gevoel dat de parkeeroplossing oproept, wordt daardoor helaas
niet doorgezet in de woning.
Architecten, Rotterdam
gestaan van de woonkwaliteit. Er is veel aandacht voor de gemeenschappelijke
ruimten. Een fraaie entreehal, een brede en ruimtelijke galerijontsluiting die door het
spannende gevelontwerp niet buiten de gevel lijkt te hangen maar meer het beeld
heeft van een collectieve loggia.
De woningen hebben een goede en ruimtelijke plattegrond en een royale buitenruimte
in zijn omgeving, zonder er iets aan toe te voegen. De folly is toegankelijk,
maar als je erin bent, levert dat geen verrassende of spannende nieuwe ervaring
op. De enige indruk die de folly achterlaat, is die van verwondering. Het meeste
indruk maakt de betrokkenheid van de boswachters, die hebben geparticipeerd bij
het selecteren van de bomen, die door het Kroondomein zelf zijn geleverd, en de
realisatie van dit project.
heeft een lange geschiedenis. Het is een prachtig park, dat in de loop van de tijden
is verrommeld en nu met (te) beperkte middelen wordt opgeruimd en vernieuwd.
Belangrijkste ingreep is het inpassen van een nieuwe route, die naar de hoofdingang
van de Apenheul gaat leiden.
Het nieuwe pad is zorgvuldig gepositioneerd en op subtiele wijze ingepast. De
oplossing om de perkoenpaaltjes te vervangen door graszodenmuurtjes is sterk.
De ontwerpers hebben veel energie moeten steken in vele vormen van overleg,
onder andere met de ontwerper van het nieuwe entreegebouw van de Apenheul. Het
eindresultaat is daardoor een optelsom van ontworpen oplossingen, maar ook van
adhoc correcties van ruimtelijke fouten. In de vormgeving van de paden is helaas
niet altijd met dezelfde subtiliteit gewerkt als de details eigenlijk verlangen (de wijze
van beëindiging van de houten vlonders, de overgangen van materialen in het pad).
Desondanks is de jury zeer onder de indruk van het resultaat en de inspanning die
ontwerpers en opdrachtgever zich getroosten om dit monumentale park te renoveren.
je in een van de bovenste woningen staat. Een prachtige en prettige woonruimte, met
weids zicht en veel daglicht. De jury is echter teleurgesteld over de minimale kwaliteit
van de inrichting van de buitenruimte, de entreepartij en de detaillering van het
gebouw. Zij komt tot de conclusie dat de vloeiende architectuur zich op deze wijze
eigenlijk niet verhoudt met haar doel, sociale woningbouw.
en architectuur, Rotterdam
Het project gaat zacht over in de achterliggende buurt en toont de kracht van ambachtelijkheid,
de kracht van het maken. Het grote gebaar is hier net zo belangrijk
als de individuele woning. De aandacht van de ontwerpers is op alle schaalniveau’s in
balans. Of het gaat om de inrichting van de buitenruimte, de steenkeuze of de detaillering:
alles is beheerst en onder controle.
De grootste kritiek van de jury heeft betrekking op de keuze voor kunststof kozijnen.
De grove detaillering hiervan doet het resultaat geweld aan. Een mooi geprofileerd
houten kozijn was hier meer op zijn plaats geweest.
Dit ambitieuze project, waarin onder andere een school, een zorgcentrum en woningen
zijn ondergebracht, heeft het qua programma in zich om functies te verbinden,
uit te nodigen en te ontmoeten. Het gebouw ligt tussen de woonwijk en een groenzone,
en laat via stegen de mogelijkheid om vanuit de wijk deze groenzone te bereiken.
Tot teleurstelling van de jury, wordt vrijwel geen van de genoemde potentiële kwaliteiten
benut. De plint van het gebouw is veel te gesloten, de stegen zijn te smal, te
donker en nodigen niet uit. Het gebouw communiceert vrijwel niet met zijn omgeving.
De opdrachtgever heeft met de inrichting van de binnenpleinen niet de kwaliteit en
sfeer voortgezet maar gekozen voor een heel andere vormentaal, waardoor ze niet
bij het geheel passen.
loft-achtige uitstraling. Bij het bezoek bleek dat dit ook de belangrijkste kwaliteit van
dit gebouw is. De voorruimte voor de woningen wordt niet als een overgangsgebied
tussen openbaar en privé gebruikt, dit in tegenstelling tot de situatie bij de woningen
aan de overzijde van de straat.
De op de onderste laag gelegen patiowoning heeft een mooie plattegrond, maar de
intimiteit van de patio en de daaraan gelegen slaapkamers leidt wel onder de inkijk
van de erboven gelegen galerij.
van een zinvolle, effectieve ingreep aan een gebouw in een kwetsbare buurt.
Een aantal intelligente ingrepen zoals het doortrekken van de entreehal over twee
lagen, het aanbrengen van trappen naar de woningen op de eerste verdieping aan
de achterzijde en doorzongangen naar de bergingen, leiden tot een overtuigend
resultaat. Het is bijzonder dat het gelukt is de gesloten borstwering transparant te
maken, hierdoor verandert het aanzicht van het complex ten goede. De inrichting
van de buitenruimte is op gelijk niveau meegenomen in de renovatie, wat erg goed
is!
Het meest bijzondere van dit project is echter de rol van de opdrachtgever, die de
renovatie, wat kenmerkend is voor de kwaliteit en ambitie van de ingreep, heeft
ingezet om de sociale samenhang te verbeteren. Het is een moedige keuze om met
de bestaande bewoners in gesprek te gaan en deze verbeteringen te realiseren. In
vergelijkbare gevallen is de bewonersgroep na renovatie vaak volledig vernieuwd.
te Apeldoorn, Stichting Bouwhuis, centrum voor mens &
gebouwde omgeving en de BNA-kring Stedendriehoek
© 2011 De betreffende auteurs en fotografen
Eindredactie:
Edwin Oostmeijer, Catja Edens
Grafische vormgeving:
agraphics design, Anita Amptmeijer – bno
Fotografie: Harry Noback
Druk: NetzoDruk
Nijhuis Bouw
Veluwse Bouw BV
Aannemingsbedrijf Draisma BV
Westpoort Notariaat
Bemog Projektontwikkeling BV
Dura Vermeer Bouw Hengelo BV
Loostad Vastgoedontwikkeling
Woningcorporaties:
Ons Huis
De Woonmensen
De Goede Woning
Sprengenland Wonen
De Stentor
Dijkhof Bouw BV
Gelders Genootschap,
Moes Bouwbedrijf Oost BV
Nikkels Bouwbedrijf BV
Reinbouw BV
Veeneman Bouwonderneming BV
